Rompuy
opvolgen wanneer hij
de eerste Europese president
wordt? “Zeker niet Yves Leterme”,
schreef hoofdredactrice
Béatrice Delvaux van Le Soir
vorige vrijdag, “de Franstaligen
stellen een veto tegen zijn persoon.”
Haar commentaar lokte
meteen veel Vlaamse reacties
uit, dat was gisteren in de politieke praatprogramma’s
van VRT en RTBf niet anders. Het is niet aan de
pers om te bepalen wie premier moet worden en wie
niet, was de reactie van de politiek. We zijn het daar
volmondig mee eens.
Het veto van Béatrice Delvaux tegen Yves Leterme
is ingegeven door het feit dat Yves Leterme er tijdens
zijn formateurschap niet in slaagde om akkoorden
te maken over een verdere staatshervorming en
de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Uiteraard
is het zo dat hij toen niet geholpen werd door de
Franstaligen, vooral madame ‘Non’ Milquet ging
dwarsliggen. Maar dat werkte hij zelf voor een goed
stuk in de hand door de Franstaligen te provoceren. Staatshervorming en B-H-V komen in de loop van
volgend jaar opnieuw op de federale regeringstafel.
Béatrice Delvaux vreest voor een herhaling van de
problemen indien Yves Leterme opnieuw premier
wordt.
We begrijpen dat allemaal. Toch vrezen we dat haar veto anti-productief
zal werken. Het wordt voor
CD&V-voorzitster Marianne
Thyssen alleen maar moeilijker
om iemand anders dan Yves
Leterme voor te stellen als
premier. Doet ze het toch, dan
zullen alle andere Vlaamse
partijen het uitschreeuwen dat
Thyssen door de knieën ging
voor een Waals dictaat. Het maakt het ook moeilijker
voor Yves Leterme zelf om eventueel af te zien van
een kandidatuur als premier.
Overigens, waarom moet de opvolger van Herman
Van Rompuy opnieuw een CD&V’er zijn? In principe
zou ook Didier Reynders als voorzitter van de grootste
partij van de grootste liberale familie binnen de
federale regering de post kunnen opeisen. Maar PS
en cdH willen niet. Waarom niet? Tijdens de RTBf-uitzending
‘Mise au Point’ kregen we het antwoord
van Europees parlementslid Ann Delvaux (cdH):
“Dan moeten de Franstaligen te veel toegevingen
doen in het dossier staatshervorming en B-H-V.” Of
met andere woorden: laat de Vlamingen de premier
leveren, dan moeten zij hun broek afdoen.
Een verrassing? Natuurlijk niet, dat wisten we al lang.
Maar het ligt wel iets minder voor de hand met Yves
Leterme als premier. Daarom dat de Franstalige
partijen en de Franstalige media het zo moeilijk
hebben met zijn persoon. Hij is hen te sterk.
Eric DONCKIER
Zou het nu voor zo’n veroordeelde
een aanlokkelijk vooruitzicht
zijn om na zijn proces
een reisje naar het buitenland
te maken en zijn straf te mogen
uitzitten in Tilburg? We hebben
er geen idee van.
Maar het akkoord dat justitieminister
Stefaan De Clerck en
de Nederlandse staatssecretaris
voor Justitie Nebahat Albayrak zaterdag ondertekenden
in de gevangenis van Tilburg zelf, is er echt
een waar beide partijen hun voordeel mee doen.
Wij hebben een gedeeltelijke oplossing voor ons
nijpend tekort aan cellen, en Nederland heeft een
gedeeltelijke oplossing voor zijn al even nijpend
overschot aan gevangenissen. De Nederlanders staan
immers voor de in Belgische ogen schier onvoorstelbare
situatie dat ze een aantal gevangenissen moeten
sluiten bij gebrek aan veroordeelden, met alle sociale
gevolgen vandien voor het gevangenispersoneel.
Maar dankzij de Belgen die 30 miljoen euro per jaar
willen ophoesten om hun criminelen op te bergen,
heeft de Nederlandse regering al een zorg minder.
Er hoeft nu in Tilburg alleen nog emplooi gezocht
te worden voor de gevangenisdirecteur, want die
brengen de Belgen mee.
Bovendien hebben de Nederlanders, slimme handelslieden
als ze zijn, nog bedongen dat ze de braafste
veroordeelden krijgen, geen moordenaars en geen
vluchtgevaarlijke figuren.
Tilburg wordt blijkbaar een
verblijf voor Belgische witteboordcriminelen.
Nu minister Stefaan De Clerck
toch een goed contact heeft
met zijn Nederlandse collega
Albayrak moet hij haar misschien
na het opsturen van het
eerste huurgeld eens vragen hoe
ze dat gedaan hebben in Nederland. Niet zo heel lang
geleden was er immers ook bij onze noorderburen
nog sprake van de inrichting van gevangenisboten
om het tekort aan cellen op te vangen, en nu heeft
Nederland gevangenissen teveel!
We kunnen er lacherig over doen, maar eigenlijk is
het niet grappig.
De hervorming van ons strafrecht en de strafprocedure
het voorbije decennium heeft ervoor gezorgd
dat procedures nog langer aanslepen dan vroeger. De
grondige hervorming van assisen die in de steigers
was gezet na een Europese veroordeling van onze
assisenprocedure is teruggeschroefd tot details die
alleen ervaren assisenpleiters nog kunnen herkennen.
En de grote hervorming van ons hele gerechtelijke
apparaat waar we het al meer dan tien jaar over
hebben zit nog altijd in de aankondigingsfase.
En intussen zijn ze in Nederland zover dat ze gevangenissen
kunnen sluiten. Misschien moet Stefaan De
Clerck daar eens wat langer gaan rondkijken.
Onderwijsminister Pascal
Smet heeft gisteren zijn eerste
beleidsnota voorgesteld. De
belangrijkste accentverschillen
met zijn voorganger lijken
voorlopig te zijn dat Smet met
zijn Brusselse achtergrond het
Nederlandstalig onderwijs in
Brussel meer in de kijker zet,
en dat hij - in tegenstelling tot
Frank Vandenbroucke die daar voorzichtig mee was
- wel een enthousiaste verdediger is van meertalig
onderwijs. Het ziet er dan ook naar uit dat het gebruik
van Frans en Engels voor een aantal vakken
snel een feit kan worden.
Voor de rest wisten we al dat Frank Vandenbroucke
de voorbije jaren zoveel op stapel heeft gezet dat
eender wie hem zou opvolgen in hoofdzaak moet
uitvoeren wat Vandenbroucke gepland had.
En het belangrijkste plan dat Pascal Smet vond toen
hij de onderwijswinkel overnam is de “grondige
hervorming” van het secundair onderwijs. Tijdens
de vorige legislatuur heeft een commissie onder
leiding van de vroegere baas van de onderwijsadministratie
Georges Monard een hervormingsplan
klaargestoomd. Dat is kant en klaar. Minister Smet
hoeft het alleen maar uit te voeren, en hij zei gisteren
ook dat hij hoopt voor het eind van de legislatuur
een hervormingsdecreet klaar te hebben.
Toch kan de vraag gesteld worden waarom het
secundair onderwijs zo nodig
“grondig” moet hervormd
worden. In de fameuze PISAtesten
van de Organisatie voor
Economische Samenwerking
en Ontwikkeling scoort het
Vlaams secundair onderwijs
jaar na jaar bij de wereldtop.
Uiteraard betekent dit niet dat
er niets verbeterd kan worden.
Eén van de gekende gebreken van het Vlaams onderwijs
is het grote verschil tussen “de besten” en de
“minst goeden”, al scoren die laatsten in vergelijking
met andere landen nog altijd erg hoog.
Maar er zijn nog andere redenen om voorzichtig te
zijn met het “grondig hervormen” van het secundair.
In een interview verder in deze krant wijst de
Leuvense onderwijsspecialist Jan Van Damme op
recent internationaal onderzoek waaruit blijkt dat
ons lager onderwijs absolute wereldtop is voor de
zwakste leerlingen, maar povertjes presteert voor de
sterkste leerlingen. En toch zijn die sterke leerlingen
ook wereldtop als ze 15 zijn en getest worden in de
PISA-testen. Dat is nog niet echt onderzocht, maar
de verklaring dat die sterke leerlingen beter tot hun
recht komen in het secundair ligt voor de hand.
Jan Van Damme heeft ook duidelijke ideeën over
de beruchte “waterval” in het secundair. Op dat
punt moet er misschien wel hervormd worden. Het
maatschappelijk debat mag beginnen.
De stad Amsterdam heeft voor
900.000 inwoners één hoofdcommissaris
van politie en
drie commissarissen. De stad
Antwerpen heeft voor 450.000
inwoners naast de korpschef elf
hoofdcommissarissen en 170
commissarissen. De Antwerpse
korpschef verdient bovendien
meer dan zijn hoogste baas, de
procureur-generaal van het Hof van Cassatie. Maar
noch in Antwerpen, noch in de rest van het land is
er nu, tien jaar na de politiehervorming, meer blauw
op straat dan voor die hervorming.
Gisteren kwamen de vertegenwoordigers van de
politievakbonden hun visie geven op de politiehervorming
in de hoorzittingen die de Kamer- en
Senaatscommissies van Binnenlandse Zaken samen
organiseren om de politiehervorming te evalueren.
Er was relatief weinig belangstelling voor de zitting
omdat de parlementsleden wellicht dachten dat de
bonden alleen maar met looneisen en arbeidsvoorwaarden
zouden komen aandragen. Zij vergisten
zich.
De kamerleden en senatoren die er wel waren zaten
bij tijd en wijle met open mond te luisteren naar het
relaas van de vakbondsverantwoordelijken over de
196 baronieën die de lokale politiezones zijn, en
waar de korpschefs alleen maar verantwoording
moeten afleggen voor een college van burgemeesters
die vaak niet goed op de
hoogte zijn en die om de zes
jaar herkozen moeten worden;
over de tien politiescholen, die
verschillende opleidingen geven
en waar te veel hoofdcommissarissen
tegen 100 euro per
uur te vaak les komen geven
zodat hun eigenlijke werk
blijft liggen; over het nieuwe
uniform, waarvan sommige delen na tien jaar nog
altijd niet beschikbaar zijn zodat oud-rijkswachters
in een aantal politiezones nog altijd in hun oude
rijkswachtplunje rondlopen.
Een andere opvallende klacht heeft te maken met de
kwaliteit van de jonge agenten. Er worden veel te veel
deontologische fouten en strafrechtelijke inbreuken
gemaakt en de bonden pleiten radicaal voor strengere
eisen bij de recrutering.
Niet alles is negatief. In een aantal landelijke zones
is de situatie erop vooruit gegaan.
Maar het globale oordeel liegt er niet om. “Wie zegt
dat er sinds de politiehervorming meer blauw op
straat is, leeft op een andere planeet. Wie beweert
dat de politie-oorlog voorbij is, kent het terrein niet”,
zo vatte een van de vakbondsvertegenwoordigers de
situatie samen. Ongetwijfeld zullen de kamerleden
en senatoren ook nog andere klokken te horen
krijgen. We zijn benieuwd wat ze met hun kennis
zullen aanvangen.
Het parlement van de Duitse
gemeenschap heeft gisterenavond
een belangenconflict
ingeroepen tegen de Vlaamse
wetsvoorstellen om de kieskring
Brussel-Halle-Vilvoorde
te splitsen. Hierdoor krijgt
premier Herman Van Rompuy
meer tijd om een onderhandelde
oplossing uit te werken.
Die is
nodig omdat er overal provinciale kieskringen zijn,
behalve in Vlaams-Brabant. Daar zijn nog altijd twee
arrondissementele kieskringen: de kieskring Leuven
en de kieskring B-H-V. Volgens een Grondwettelijk
Hof is dat een discriminatie: ofwel overal provinciale
kieskringen, ofwel nergens.
In principe zijn er drie mogelijke oplossingen.
De Vlaamse wetsvoorstellen om B-H-V te splitsen
worden Vlamingen tegen Franstaligen gestemd in de
plenaire vergadering van de Kamer. De Franstaligen
zeggen dat ze dat niet zullen pikken, in dat geval valt
de regering.
Een terugkeer naar de oude arrondissementele
kieskringen. Dat is in het voordeel van de grote
partijen. In Vlaanderen is er nog maar één grote
partij, de CD&V. Zullen de andere partijen dit aanvaarden?
Een onderhandelde oplossing.
Premier Herman Van Rompuy wil zo’n onderhandelde
oplossing uitwerken. Maar heeft hij ook enige
kans op slagen? We vrezen.
Waarom zou hij wel kunnen
waar Guy Verhofstadt niet in
slaagde? De vraag is des te meer
op zijn plaats omdat onmiddellijk
na de verkiezingen van
juni 2007 alle Vlaamse partijen
wetsvoorstellen indienden om
de kieskring B-H-V zonder
voorwaarden te splitsen.
Herman
Van Rompuy persoonlijk schreef en tekende
mee het CD&V-wetsvoorstel ter zake. Kunnen de
Vlaamse partijen hier nog op terugkomen?
Voor succesvolle onderhandelingen is een goede
sfeer nodig. Die is er niet. De Franstalige reacties
op de Vlaamse beslissing om Nederlandstalige
controleurs te sturen naar de Franstalige scholen in
Vlaanderen laat niets aan de verbeelding over.
In ruil voor de splitsing vragen de Franstaligen de
benoeming van de drie Franstalige burgemeesters in
de Vlaamse rand en de uitbreiding van Brussel. Daar
willen de Vlamingen niet van weten.
Door een belangenconflict in te roepen, heeft de
Duitse gemeenschap tijd gekocht voor Herman
Van Rompuy. Ook het Brussels parlement wil dat
nog eens doen. Daarna is er geen ontsnappen meer
aan. Zonder oplossing wordt het moeilijk om in
2011 nog wettelijke verkiezingen voor de Kamer te
organiseren. Een land dat zelfs geen verkiezingen
kan organiseren, is geen land meer.
Minister-president Kris Peeters
is vandaag te gast op de
maandelijkse businesslunch
van VKW Limburg. Dat was
hij exact twee jaar plus één dag
geleden ook al. Toen stond
Limburg op zijn kop. Want in
een interview dat ’s morgens in
deze krant stond, kondigde hij
het einde van LRM en Lisom
aan. Zo’n vaart zal het vandaag niet lopen.
Integendeel,
hij heeft zelfs goed nieuws bij, want hij is
ten zeerste opgetogen over de werking van LRM
sindsdien. De evaluatie van midden volgend jaar mag
geen probleem zijn, zegt hij in een nieuw interview.
Dit is inderdaad goed nieuws. Als gevolg van de
versnelde sluiting van de mijnen hield Limburg heel
wat geld over voor reconversie. Omdat dit geld niet
altijd even opportuun werd besteed, gingen er in
Vlaanderen steeds meer stemmen op om Limburg
dit geld af te nemen. Bij de vorming van de nieuwe
Vlaamse regering was het dan ook uitkijken of LRM
niet zou opgaan in de Participatiemaatschappij
Vlaanderen. De eerste vraag die Ingrid Lieten als
kersvers Vlaams minister van Overheidsinvesteringen
(en in die functie ook voogdijminister over LRM)
te beantwoorden kreeg, ging uitgerekend over het
LRM-geld.
Maar er is dus niets aan de hand. Trouwens, om het
met de woorden van Steve Stevaert te zeggen, elke
provincie heeft recht op een
extra troef. Voor bijvoorbeeld
West-Vlaanderen is dat de kust.
Voor Antwerpen de haven. En
voor Limburg is dat de LRM. In
welke mate dat waar is, ervaren
we momenteel zowat elke dag
opnieuw. Limburg heeft meer
dan de rest van Vlaanderen
te lijden van de economische
crisis. Dat komt omdat we een provincie zijn met in
verhouding nog veel industrie. De dienstensector is
hier minder sterk ontwikkeld, mede omdat we geen
echt grote steden hebben. Zonder LRM zouden de
problemen nog veel groter zijn.
Peeters zegt ook nog dat Limburg geen nood heeft
aan een nieuw Limburgplan omdat de provincie
alle instrumenten in handen heeft om de crisis zelf
het hoofd te bieden. Maar men moet het wel willen.
De laatste jaren ging het zo goed, dat er een gevoel
is ontstaan dat het wel van zelf los zal lopen. Dat is
niet waar. Zijn oproep aan de Limburgse beleidsverantwoordelijken
en bedrijfsleiders om een tandje
bij te steken kunnen we alleen maar onderschrijven.
Evenals zijn vraag om er eindelijk voor te zorgen dat
er een voldoende groot maatschappelijk draagvlak
is voor grote projecten waarin de Vlaamse regering
wil investeren. Het is duidelijk dat hij het dan heeft
over de Noord-Zuid en de Spartacusverbinding
Hasselt-Maastricht.
De afspraken die de regering
met GDF Suez maakte over
een nucleaire rente in ruil voor
het tien jaar langer openhouden
van de drie oudste kerncentrales,
staat nu ook op papier.
Al gaat het voorlopig wel nog
maar om een protocolakkoord.
Het echte contract moet nog
geschreven en getekend worden.
In de wetenschap dat GDF Suez niet zal nalaten
om een batterij ten zeerste gespecialiseerde advocaten
op het contract los te laten, doet de regering er over
een paar weken goed aan om dat contract op haar
beurt te laten napluizen.
De verzamelde oppositie lachte de regering vorige
week uit omdat er geen geschreven akkoord was met
GDF Suez. Nu is er wel al een eerste document, maar
het is nog altijd niet goed. Vooral Bruno Tobback
(sp.a) en Tinne Van der Straeten (Groen!) lieten zich
gisteren eens goed gaan. Dat mag. Maar hebben ze
ook gelijk? Eens kijken.
Het was de eerste regering Verhofstadt die besliste
om de kerncentrales geleidelijk te sluiten. Zowel sp.a
als Groen! zaten toen in die regering. De kerncentrales
blijven nu toch langer open. Wegens te weinig
alternatieven. De sp.a – die ook in de tweede regering
Verhofstadt zetelde – is daar mee verantwoordelijk
voor. We mogen hopen dat deze en volgende federale
regeringen, in overleg met de regionale regeringen,
daar nu wél werk van maken.
Dat is des te meer nodig omdat
als gevolg van deze regeringsbeslissing,
alle kerncentrales
dicht zouden moeten tegen
2025. Een giga-opdracht in de
wetenschap dat de kerncentrales
nu nog altijd goed zijn
voor circa 55 procent van onze
elektriciteitsbehoeften.
Nog volgens de oppositie is de bijdrage te klein in
verhouding tot de winsten die de elektriciteitsproducenten
kunnen maken door het langer openhouden
van de financieel afgeschreven kerncentrales. Juist.
Maar dat is al langer het geval. Waarom hebben
sp.a en Groen!, toen zij in de regering zaten, géén
bijdrage gevraagd?
Voorts hekelen sp.a en Groen! het gegeven dat GDF
Suez een ‘stabiel normatief en regelgevend’ kader
vroeg en kreeg. Wat is het probleem? Eigenlijk zou
dit zelfs de regel moeten zijn voor alle sectoren en
zouden eventuele wijzigingen lang genoeg op voorhand
moeten worden aangekondigd. Wanneer een
bedrijf investeert, dan doet het dat enkel wanneer
het die investering ook rendabel kan maken. Er is
geen enkele reden waarom dit niet voor GDF Suez
zou moeten gelden. GDF Suez moet niet enkel een
nucleaire rente betalen, de maatschappij moet ook
investeren in alternatieve hernieuwbare vormen van
energie. Daar is veel geld mee gemoeid.
In de parlementaire commissie
Defensie is gisteren
gedebatteerd over de hervormingsplannen
van minister van
Defensie Pieter De Crem. De
volksvertegenwoordigers en senatoren
hadden daarbij vooral
aandacht voor de sociale gevolgen
van dit hervormingsplan.
Het is immers zo dat het leger
via afvloeiingen moet afslanken van nu bijna 38.000
militairen naar nog maar 34.000 man tegen 2013.
Voorts moeten 6.000 militairen van job veranderen,
zij moeten omgeschoold worden. En dan is er nog
het gegeven dat circa 5.000 soldaten van standplaats
veranderen. “Sommige militairen zullen zich over
meer dan 100 kilometer moeten verplaatsen”, werd
er geklaagd.
We kunnen ons voorstellen dat het voor de betrokken
militairen niet altijd een pretje is. We mogen
aannemen dat de legerleiding er alles aan zal doen
om de negatieve gevolgen van deze herstructurering
tot een minimum te beperken, dat er overgangs- en
begeleidingsmaatregelen komen. Dat is gisteren
overigens met zoveel woorden ook beloofd door
minister De Crem. Maar de sociale gevolgen op zich
kunnen géén reden zijn om het herstructureringsplan
grondig bij te sturen, laat staan op te bergen en alles
bij het oude te laten.
Ons leger is géén sociale instelling. Kleine kazernes
her en der en dicht bij huis, dat
kan heel interessant zijn voor
de betrokken militairen. Dan
kunnen ze op tijd thuis zijn om
naar ‘Thuis’ te kijken. Maar
het individuele comfort van
elke militair kan nooit het uitgangspunt
zijn. Indien wel, dan
moet dat ook gelden voor alle
ambtenaren en bij uitbreiding
– alle Belgen zijn gelijk nietwaar – voor iedereen die
in de privé werkt en zich elke dag honderd en méér
kilometers heen en weer moet verplaatsen om te
kunnen werken. Overigens, militair worden is een
bewuste keuze. Wie voor het leger kiest, weet op
voorhand dat hij kan overgeplaatst worden. Daarom
ook heeft het leger veel eigen woningen om de militairen
te huisvesten.
De overheidsfinanciën staan ondanks de hoge belastingdruk
in het rood. Er moet bespaard worden.
Ook het leger moet een inspanning doen. Daarom dit
herstructureringsplan dat al jaren werd voorbereid
door minister De Crem en de legerleiding. Waar we
nood aan hebben, is een efficiënt leger met scherp
afgetrainde manschappen die over het beste materieel
kunnen beschikken om de operaties waarvoor ze
worden ingezet in binnen- en buitenland, tot een
goed einde te brengen. Minister De Crem moet nu
doorzetten en deze herstructurering voor een keer
helemaal uitvoeren.
Volgens de Duitse krant Die
Welt is Brussel het ‘El Dorado
voor criminelen’. Onmiddellijke
aanleiding voor deze wel
erg zware beschuldiging is de
overval op het Duitse Europarlementslid
Angelika Niebler.
Ze werd na restaurantbezoek
overvallen door twee jonge
criminelen. De restauranthouder
verwittigde de politie, die kwam helemaal niet
opdagen.
Volgens Jerzy Buzek, de voorzitter van het Europees
Parlement, zou het regelmatig gebeuren dat Europarlementsleden
en hun medewerkers overvallen
worden. Hij heeft daarom contact opgenomen met
de Brusselse politie. Maar burgemeester Freddy
Thielemans heeft nog altijd niet gereageerd. Dit laat
Die Welt toe om te concluderen “dat de Brusselse
politie gewoon toekijkt hoe de hoofdstad van Europa
in criminaliteit verzinkt.”
Of Brussel crimineler is dan andere Europese hoofdsteden,
dat weten we niet. Vergelijkende Europese
statistieken zouden uitsluitsel kunnen geven. Die
zijn er niet. Er zijn geen Europese standaarden om
criminaliteit te meten. We gaan er daarom van uit
dat Brussel niet crimineler is dan andere Europese
hoofdsteden zoals Parijs of Kopenhagen.
Toch zou het goed zijn, mochten onze autoriteiten
en de Brusselse politie in het bijzonder de klachten
van het Europees Parlement ter
harte nemen. Brussel huisvest
de Europese Commissie, het
Europees Parlement en het gros
van de Europese administratie.
Daarmee is Brussel de facto de
hoofdstad van Europa. Dat
kost onze overheden veel geld.
Maar het brengt ook op. Men
kan de toegevoegde waarde van
Europa voor België vergelijken met het belang van
het aardgas voor Nederland.
Onze overheden moeten er alles aan doen om deze
positie veilig te stellen. Indien daar extra veiligheidsmaatregelen
voor nodig zijn, dan moet dat maar.
Dat is overigens ook belangrijk voor het investeringsklimaat
in het hele land. Alle Europese politici
en hun medewerkers gaan regelmatig terug naar
hun thuisland, hebben ook daar veelal een vinger
in de pap. Zij bepalen er mee de beeldvorming over
Brussel en België. Een slecht imago kan potentiële
investeerders afschrikken.
In dat verband zou het ook niet slecht zijn mocht
Brussel de Europese aanwezigheid in de stad wat
meer promoten en zichtbaar maken. Wanneer men
in Straatsburg - waar het Europees Parlement amper
één keer op vier samenkomt - uit de trein stapt, dan
is het al Europa wat men ziet. Straatsburg is trots dat
het een Europese stad is. Niets daarvan in Brussel,
zelfs geen vlag. Ook niet in de Europese wijk.
We hadden het voorspeld, het is
ook uitgekomen. Na de zware
ingrepen bij onder meer Alro
in Dilsen-Stokkem en Keramo
Steinzeug in Hasselt, valt vandaag
wellicht ook de hakbijl
bij LAG Trailers in Bree. Niet
dat wij wisten dat LAG het
volgende grotere bedrijf in de
rij zou zijn, maar wel dat er nog
herstructureringen in Limburg zouden volgen.
Deze ochtend wordt de ondernemingsraad bij LAG
in Bree ingelicht, nadien geeft de bedrijfsleiding nog
tekst en uitleg tijdens een persconferentie.
Het nieuws lekte gisteren al gedeeltelijk uit op de
website van De Tijd. Daarin wordt gewag gemaakt
van een “zware herstructurering, maar géén sluiting”.
Tot grote ontsteltenis van de directie en het
personeel van LAG, overigens. Want het personeel
hoort het eerst te worden ingelicht over een dergelijke
ingreep.
Maar soit. Daarmee zijn donkere wolken boven
het Breese bedrijf niet weg. LAG is een producent
van trailers, tankwagens en industriële voertuigen.
Door de economische crisis is de vraag naar dit soort
voertuigen in mekaar geklapt. Tot nog toe wist LAG
de touwtjes aan mekaar te knopen door de tijdelijke
contracten niet te verlengen, vervolgens tijdelijke
werkloosheid in te voeren voor de vaste medewerkers
en een hele batterij aan kostenbesparende maatregelen
af te vuren. Maar dergelijke
maatregelen kan je niet eeuwig
en drie dagen volhouden. Vroeg
of laat moet elk bedrijf in
dergelijke omstandigheden de
tering naar de nering zetten.
Vaak betekent dat ook dat het
aantal medewerkers moet worden
aangepast aan de blijvend
zwakke vraag. Vandaag weten
we hoe diep het mes in het personeelsbestand van
LAG moet snijden.
Het zal ook niet de laatste herstructurering in Limburg
zijn. Het Limburgs economisch weefsel bestaat
immers voor een relatief groot deel uit industriële
bedrijven. Het zijn precies deze bedrijven die het
hardst getroffen worden door de economische crisis.
In conjunctuuranalyses wordt links en rechts
al gewag gemaakt van een weer aantrekkende economie.
En ja, er zijn ook bedrijven die het goed tot
zeer goed doen, ondanks de crisis. Maar voor een
aantal industriële bedrijven, die gebonden zijn aan
een zwaar machinepark en dito kosten in een fors
gedaalde markt, komt deze voorzichtige opwaartse
trend helaas te laat. De ingreep bij LAG zal vandaag
groot nieuws zijn, maar ondertussen zijn er heel
wat kleinere bedrijven waar met veel minder geruis
vergelijkbare maatregelen worden genomen. Geen
wonder dus dat de werkloosheidsgraad in Limburg
fors stijgt.