Vrijdag is er een grens overschreden. De onverdraaglijke beelden van tientallen kinderlijkjes, kleutertjes zelfs, die de wereld rondgegaan zijn hebben het lot van het Syrische regime van Bashar al-Assad bezegeld. Dit regime moet weg, en wel zo snel mogelijk. Voor een dictator die op zo’n niets ontziende en ongegeneerde wijze zowat voor de camera’s van de internationale media zijn eigen volk uitmoordt, mag er geen plaats zijn op deze wereld. Maar hoe krijg je hem weg?
We zijn nu zover dat ook de traditionele bondgenoten die het regime al anderhalf jaar de hand boven het hoofd houden - Rusland en China - moeilijk anders konden dan zich aansluiten bij de veroordeling van Syrië. Maar let wel, de spoedzitting van de veiligheidsraad zondag werd afgerond met een ‘verklaring’, geen echte resolutie. Het Syrische regime werd veroordeeld voor een artillerieaanval op het dorpje Houla. Maar wie verantwoordelijk was voor het afmaken van burgers laat de verklaring in het midden, anders ging Rusland niet meer akkoord.
Aan het sturen van een VN-troepenmacht met Russische goedkeuring zijn we dus nog lang niet toe. Toch zijn er aanwijzingen dat ook de Russen hun geduld beginnen te verliezen met de manier waarop hun laatste bondgenoot in het MiddenOosten de oppositie aanpakt.
Russisch minister van Buitenlandse Zaken Sergey Lavrov zei maandag dat, hoewel er in zijn ogen terroristen bij de oppositie zitten, “de regering de grootste verantwoordelijkheid draagt voor wat er gaande is”. Een teken aan de wand voor Assad en de zijnen die internationaal totaal geïsoleerd zijn en zonder Russische steun (en wapens) niet lang meer overleven.
Rusland zou de wereld een grote dienst kunnen bewijzen door van zijn invloed op Syrië gebruik te maken om te zorgen voor een vreedzame en georganiseerde overgang van de Assad-dictatuur naar een regime dat wel gesteund wordt door de Syrische bevolking. Ook als dat niet gebeurt en de zaken op hun beloop gelaten worden is het regime-Assad ten dode opgeschreven. Dat is na vrijdag duidelijker dan ooit.
Maar als de Syrische opstandelingen zich echt een weg moeten vechten tot Damascus, zullen er nog ettelijke duizenden doden vallen, en dreigt Syrië na het omverwerpen van Assad te versplinteren tot een zoveelste kadaverstaat, genre Irak, Libië of Afghanistan, waar de macht van de president niet verder reikt dan de buitenwijken van de hoofdstad, en de rest van het land in handen is van rivaliserende milities en krijgsheren. En daar is niemand bij gebaat, zeker de Syrische bevolking niet.
Luc STANDAERT
