Een ‘joint hit team’, of internationaal
politieteam van
Nederland en België in de
strijd tegen de drugshandel
in de Limburgse grensstreek,
met dertig Nederlanders en één
Belg. Het is maar een voorbeeld
van de ‘samenwerking’ in de
strijd tegen de drugsoverlast
in de Euregio, uit het rapport
daarover van de professoren Brice De Ruyver (België)
en Cyrille Fijnaut (Nederland).
Dit rapport, dat gisteren werd voorgesteld aan het Benelux-parlement in Brussel, is niet nieuw. Het dateert al van november vorig jaar. De professoren pleitten toen al dringend voor versterking van de politie, en voor een aantal bestuurlijke maatregelen om de strijd tegen drugsoverlast beter te kunnen aanpakken.
Maar blijkbaar ligt het rapport bij Binnenlandse Zaken nog altijd ergens onderaan in het bakje inkomende post. De vorige minister Patrick Dewael had voor 2008 en 2009 telkens dertig agenten extra beloofd, maar daar is er nog niet één van aan het werk. Zijn opvolger Guido De Padt wil nu eerst een studie laten maken van de behoeften in heel België, en schuift met andere woorden de zaak op de lange baan.
Nochtans waren de professoren gisteren heel duidelijk bij de voorstelling van hun rapport: “In Limburg is er nood aan actie, niet aan een nieuwe studie.” Dat zegt ook Frans Weekers, de Nederlands-Limburgse voorzitter van de commissie Justitie van het Benelux-parlement. Hij verwijt de Belgische politieke wereld de kop in het zand te steken.
Jarenlang hadden we het in België gemakkelijk. Alle drugsoverlast bij ons was immers de schuld van de Nederlanders en hun domme gedoogbeleid. Nu de Nederlanders, te beginnen met burgemeester Gerd Leers van Maastricht, beginnen terug te komen van dat gedoogbeleid en de hand uitsteken om de drugsoverlast gezamenlijk aan te pakken, wordt steeds pijnlijker duidelijk dat er bij ons ook het een en ander mank loopt.
De Nederlanders beginnen zich bovendien steeds meer te ergeren aan de eeuwige commentaren uit België op alles wat ze doen. Burgemeester Leers werd verketterd toen hij de drugsoverlast in zijn eigen stad probeerde aan te pakken. Het spreidingsplan voor de coffeeshops deugde niet, de wietpasjes deugden niet. Niks is goed in de ogen van de Belgen, die ondertussen zelf ook niks doen.
Misschien moet minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt eens aantonen dat de Nederlanders ongelijk hebben, en niet meer wachten op nog een nieuwe studie. En zo bewijzen dat hij zijn kop niet in het zand steekt.
Dit rapport, dat gisteren werd voorgesteld aan het Benelux-parlement in Brussel, is niet nieuw. Het dateert al van november vorig jaar. De professoren pleitten toen al dringend voor versterking van de politie, en voor een aantal bestuurlijke maatregelen om de strijd tegen drugsoverlast beter te kunnen aanpakken.
Maar blijkbaar ligt het rapport bij Binnenlandse Zaken nog altijd ergens onderaan in het bakje inkomende post. De vorige minister Patrick Dewael had voor 2008 en 2009 telkens dertig agenten extra beloofd, maar daar is er nog niet één van aan het werk. Zijn opvolger Guido De Padt wil nu eerst een studie laten maken van de behoeften in heel België, en schuift met andere woorden de zaak op de lange baan.
Nochtans waren de professoren gisteren heel duidelijk bij de voorstelling van hun rapport: “In Limburg is er nood aan actie, niet aan een nieuwe studie.” Dat zegt ook Frans Weekers, de Nederlands-Limburgse voorzitter van de commissie Justitie van het Benelux-parlement. Hij verwijt de Belgische politieke wereld de kop in het zand te steken.
Jarenlang hadden we het in België gemakkelijk. Alle drugsoverlast bij ons was immers de schuld van de Nederlanders en hun domme gedoogbeleid. Nu de Nederlanders, te beginnen met burgemeester Gerd Leers van Maastricht, beginnen terug te komen van dat gedoogbeleid en de hand uitsteken om de drugsoverlast gezamenlijk aan te pakken, wordt steeds pijnlijker duidelijk dat er bij ons ook het een en ander mank loopt.
De Nederlanders beginnen zich bovendien steeds meer te ergeren aan de eeuwige commentaren uit België op alles wat ze doen. Burgemeester Leers werd verketterd toen hij de drugsoverlast in zijn eigen stad probeerde aan te pakken. Het spreidingsplan voor de coffeeshops deugde niet, de wietpasjes deugden niet. Niks is goed in de ogen van de Belgen, die ondertussen zelf ook niks doen.
Misschien moet minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt eens aantonen dat de Nederlanders ongelijk hebben, en niet meer wachten op nog een nieuwe studie. En zo bewijzen dat hij zijn kop niet in het zand steekt.

Reacties