Van parlementsleden wordt
niet alleen verwacht dat ze
de verschillende regeringen
controleren, maar ook dat ze
de vinger aan de pols van de
maatschappij houden en die
ordenen bij middel van wetten
en decreten. Dat is nodig omdat
we met velen zijn. Wanneer
iedereen doet wat hij denkt te
moeten doen, dan loopt het mis. De vrijheid van
de ene riskeert dan de onvrijheid van de andere te
worden. Daarom verkeersregels, daarom de ordening
van de publieke ruimte, om het bij deze twee
voorbeelden te houden.
Maar is het wel nodig om alles te willen reglementeren?
Daar hebben we onze twijfels bij. We kunnen
ons niet van de indruk ontdoen dat onze politici
alles willen reglementeren om vooral zichzelf bezig
te houden. Opnieuw twee voorbeelden.
U kon het gisteren in deze krant lezen. Een vrouw
moet net geen 10.000 euro aan Mobistar betalen
omdat ze tijdens haar vakantie in Frankrijk dagelijks
zowat twee uur chatte via mobiel internet. Meteen
kondigde volksvertegenwoordiger Roel Deseyn
(CD&V) aan dat hij een wetsvoorstel gaat indienen
om ‘bill shocks’ te voorkomen. Telecomoperatoren
worden verplicht om hun klanten te verwittigen bij
ongewoon verbruiksgedrag.
Geen slecht wetsvoorstel, daar niet van. Maar hebben
consumenten dan geen
enkele verantwoordelijkheid?
Moeten consumenten zich
dan niet langer informeren
over prijzen en tarieven? Zijn
alle consumenten dan kinderen
die men aan het handje moet
vasthouden?
Een ander voorbeeld. Volksvertegenwoordiger
Sabien
Lahaye-Batheu en senator Martine Taelman, beiden
Open Vld, hebben samen een wetsvoorstel geschreven
dat medebeslissingsrecht geeft aan stiefouders
die al twee jaar gehuwd zijn of samenleven met een
van de biologische ouders en waarbij de stiefouder
al minstens één jaar mee instaat voor de opvoeding
van het kind. Een voorbeeld: een stiefvader krijgt
inspraak in de studiekeuze van de kinderen van de
biologische moeder.
Nu weten we ook wel dat er steeds meer nieuw samengestelde
gezinnen zijn. Maar is dit wetsvoorstel
wel nodig? Volstaat het niet om te rekenen op het
gezond verstand van de mensen? Trouwens, zou
het niet al zo zijn dat de biologische ouder en de
stiefouder van een nieuw samengesteld gezin al eens
samen - bijvoorbeeld op het hoofdkussen - overleggen
over wat ze best doen met de kinderen? En wat
gedaan wanneer de afwezige biologische ouder en
de aanwezige stiefouder het fundamenteel oneens
zijn? Welk recht weegt dan het zwaarst?
Het zit er weer bovenarms op
tussen Open Vld en PS. Niet
langer over het regularisatiedossier,
wel over de begroting.
Kersvers federaal minister van
Begroting Guy Vanhengel heeft
immers berekend dat de begroting
van alle overheden samen
dit jaar sluit met een tekort van
6 tot 7 procent van het bruto
binnenlands product of circa 20 miljard euro. Dat
zal ook de volgende jaren zo blijven zonder nieuwe
maatregelen (besparingen en/of nieuwe belastingen)
en als de economie onvoldoende herstelt (minder
belastinginkomsten en meer SZ-uitgaven).
Daarom stelt Guy Vanhengel ook voor om de groeinorm
voor de gezondheidszorgen te herbekijken.
Volgens het regeerakkoord mogen die uitgaven elk
jaar met 4,5 procent toenemen bovenop de klassieke
indexatie. Vanhengel werd meteen teruggefloten door
de Waalse socialisten van de PS: “Want dan worden
de mensen die al getroffen werden door de crisis een
tweede keer getroffen.”
Dat klinkt sympathiek. Maar het is wel zo dat
het regeerakkoord werd geschreven vóór de crisis.
Wanneer gezinnen met tegenslag moeten afrekenen,
zetten ze de tering naar de nering. De staat moet dat
ook doen. Het is ook de vraag of al dat geld voor
gezondheidszorgen wel evengoed besteed is. In dat
verband raden we Elio Di Rupo en vrienden ten
zeerste de lectuur aan van het
laatste nummer van 2008 van
het Belgisch Tijdschrift voor
Sociale Zekerheid.
Daarin zullen
ze dan kunnen lezen:
* dat 35% van de SZ-uitgaven
naar gezondheidszorg gaat,
11% méér sinds 1980
* dat we nu al 10,6% van ons
bbp besteden aan gezondheidszorg,
enkel Frankrijk geeft nog meer uit
* dat volgens een studie van de Nationale Bank
Zweden het beter doet dan België met 12% minder
uitgaven en Luxemburg het evengoed doet als België
met 20% minder uitgaven
* dat de steeds grotere uitgaven voor gezondheidszorg
ten koste gaan van de pensioenen en de overheidsfinanciën
en dat dit niet houdbaar is.
Er is dus géén enkele reden om ook de uitgaven voor
gezondheidszorgen niet kritisch te bekijken. Het moet
mogelijk zijn om beter of minstens even goed te doen
met minder geld. De PS moet zich ook herinneren dat
elk getalm met de sanering van de overheidsfinanciën
ten koste gaat van de gewone man. In de jaren tachtig
aarzelde men ook al om de overheidsfinanciën
drastisch te saneren. De besparingen, indexsprongen
en belastingverhogingen onder de twee regeringen
Dehaene in de jaren negentig werden in hoofdzaak
door de gewone man opgehoest, in verhouding het
meest door de kleine man.
Is Rotterdamse Neelie Kroes
de laatste hoop in bange dagen
voor Opel Antwerpen ? Is de
Europese commissaris voor
mededinging - bijna commissaris-
af - de enige die er voor kan
zorgen dat er in de herstructureringsplannen
voor de Duitse
automaker nog plaats is voor
de Antwerpse vestiging ?
Het moet wel zo zijn. Vlaams minister-president Kris
Peeters deed gisteren niet alleen een ultiem beroep
op fair play bij de regering in Berlijn, hij zocht voor
alle zekerheid ook steun bij de Europese Commissie.
Daar kreeg hij de bevestiging dat het dossier Opel
“van zeer nabij gevolgd wordt”. Niet bepaald verrassend
en in geen enkel opzicht een geruststelling
- maar waar anders kan Peeters vandaag nog steun
zoeken ?
Dat commissaris Kroes het Opeldossier met argusogen
in de gaten houdt, was overigens begin deze
maand al duidelijk. Toen waren de plannen van
de kandidaat-overnemers nog niet bekend en kon
Antwerpen nog hoop koesteren. Intussen is die hoop
bijna dood. Eind deze week wordt de overnemer van
Opel bekend. Nu al is het zo goed als zeker dat in
de plannen van de kandidaten geen plaats voor de
vestiging in Antwerpen is voorzien.
Wat nog veel zekerder is: de Duitse regering heeft
miljarden klaar om de overnemer te helpen Duitse
jobs te redden. Niemand kan
het kanselier Merkel kwalijk
nemen dat ze banen in Bochum
of Eisenach wil veilig stellen.
En dat ze daar een extra inspanning
voor levert nu de Duitsers
over twee maanden een nieuwe
Bondsdag kiezen. Het hemd
is nader dan de rok. Zeker in
een verkiezingscampagne gaat
nationaal belang voor Europese solidariteit.
Maar niet voor Europese regels - en daarmee belanden
we bij Neelie Kroes. De Europese commissaris
is de enige die straks kan en moet beoordelen of de
Duitse miljardensteun gebruikt is om de kansen van
een levensvatbare Antwerpse vestiging in de kiem te
smoren. Als Kroes vindt dat het Duitse geld diende
om Duitse fabrieken open te houden, ten koste van
fabrieken in andere EU-landen, is zij ook de enige die
Berlijn kan terugfluiten om zo alsnog een gecoördineerd
Europees reddingsplan af te dwingen.
Kroes’ kersverse commissiecollega Karel De Gucht
contacteerde haar afgelopen weekend over het
Opeldossier. Hij riskeert met zijn publiek gemaakte
tussenkomst de indruk te wekken dat hij openlijk lobbyt
voor nationale belangen, wat Europese commissarissen
niet horen te doen. Iedereen weet overigens
dat ze dat wél doen - en dat zulks met name geldt
voor Duitse eurocommissarissen, als het gaat om de
heilige belangen van de Duitse autosector.
Gesterkt door het regularisatieakkoord
dat hij persoonlijk
onderhandelde, denkt eerste
minister Herman Van Rompuy
dat ook een akkoord over de
staatshervorming – inclusief
een akkoord over de kieskring
Brussel-Halle-Vilvoorde
– mogelijk moet zijn. Guy
Verhofstadt zei al: ‘Optimism
is a moral duty’. Geldt dit nu ook voor Herman Van
Rompuy? Misschien wel. Al zijn er ook een aantal
objectieve redenen waarom iets wat twee jaar lang
niet kon nu wel zou kunnen.
* De regionale verkiezingen van 7 juni hebben
aangetoond dat uitgesproken profileringsdrang niet
altijd helpt. In tijden van economische crisis geven
de mensen de voorkeur aan partijen die oplossingen
zoeken en bereid zijn om daarvoor compromissen te
sluiten. De economische crisis, althans de gevolgen
daarvan, zullen nog een aantal jaren voelbaar zijn.
* De N-VA zit in de Vlaamse regering. Er bij zijn is
ook voor de N-VA belangrijk, meteen paste de partij
haar communautaire strategie aan. In een regering
zitten betekent verantwoordelijkheid nemen.
* Financieel staat ons land met de rug tegen de
muur. Een verstandige staatshervorming kan helpen
om de problemen op te lossen. Zonder oplossing
dreigt het failliet van het land. Dat betekent ook
het failliet van de sociale zekerheid van zes miljoen
Vlamingen en vijf miljoen
Franstaligen. Welke partij wil
die verantwoordelijkheid op
zich nemen?
* Het arrest van het Grondwettelijk
Hof in verband met de
kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde
blijft onverminderd van
kracht. Er moet een oplossing
zijn – splitsing dan wel terugkeer
naar de oude arrondissementele kieskringen of
misschien nog iets anders – voor de volgende federale
verkiezingen. Zonder oplossing wordt het moeilijk
om die federale verkiezingen te organiseren. In dat
geval dreigt zelfs de implosie van het land. Ook hier
is het dan de vraag: welke partijen durven dit aan?
* Tot slot is er het Belgisch EU-voorzitterschap
tijdens de tweede helft van 2010. Dan kan ons land
zich géén politieke crisis veroorloven.
Dat laatste houdt wel in dat er niet veel tijd meer
overschiet om tot oplossingen te komen. Daarna kan
het niet meer, want dan zijn het opnieuw verkiezingen.
Bovendien zijn de problemen gigantisch groot.
De begrotingsproblemen zijn enkel op te lossen met
drastische besparingen en nieuwe belastingen. En de
kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde is een symbooldossier.
Eerste minister Herman Van Rompuy zal erg
creatief moeten zijn. En de partijen erg moedig. In
het tegengestelde geval heeft dit land geen toekomst
meer.
Het ziet er niet goed uit voor
Opel Antwerpen. Zowel de
Oostenrijks-Canadese toeleverancier
Magna als de financiële
investeerder RHJ - de twee resterende
kandidaat-overnemers
van de Opelfabrieken in Europa
- zouden plannen hebben om
na overname de Opelfabriek in
Antwerpen al in 2010 definitief
te sluiten. In dat geval verliezen zo’n 2.600 mensen
hun baan. Ook in de toelevering zullen er onvermijdelijk
banen sneuvelen.
De Waalse geschiedenis lijkt zich te herhalen. Deze
keer in Vlaanderen. Wallonië was een van de sterkste
industriële regio’s in Europa. Het was daardoor ook
een rijke regio. Tienduizenden Vlamingen gingen
er wonen en werken. De vele Vlaamse namen in
Franstalig België herinneren daaraan. Maar in de
jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw keerde
de situatie. Textielbedrijven, steenkoolmijnen en
staalfabrieken sloten hun deuren. Tegelijk kende
Vlaanderen een snelle industriële ontwikkeling met
een sterke klemtoon op de autoconstructie.
Vlaamse werknemers werden in de loop der jaren alsmaar
duurder. De hoge productiviteit compenseerde
dat. Dit is niet langer het geval. Productieprocessen
worden steeds meer geautomatiseerd. Een paar
managers en ingenieurs volstaan om een fabriek
draaiende te houden, het werk wordt gedaan door
robotten, de overige werknemers
zijn nog maar uitvoerders.
Dat maakt het alsmaar
gemakkelijker om bedrijven te
verhuizen naar landen met lage
personeelskosten, lage bedrijfsbelastingen,
minder stringente
milieuvoorschriften, een soepele
overheid. Bovendien zijn
veel Vlaamse bedrijven slechts
dochters van multinationals waarvan de directie geen
banden heeft met ons. Ook dat vergemakkelijkt de
beslissing om te verhuizen.
Vlaanderen staat voor grote industriële uitdagingen.
Ons industrieel weefsel is voor een goed stuk aan vernieuwing
toe. Onze beleidsverantwoordelijken weten
dat. Maar ze voegen het woord niet bij de daad. Het
Vlaams regeerakkoord staat als bewijs. Vanaf het
ogenblik dat er opnieuw begrotingsoverschotten zijn,
wordt dat geld in hoofdzaak opgemaakt aan nieuw
sociaal beleid in plaats van het helemaal te investeren
in onderzoek en ontwikkeling, in infrastructuur, in
het stimuleren van ondernemerschap, in het aantrekken
van bedrijven, in het verlagen van de fiscale druk.
Ook dit hebben ze ons in Wallonië voorgedaan.
Met het gekend resultaat. Maar de Walen hadden er
weinig last van, ze konden terugvallen op de sociale
zekerheid en de Vlaamse solidariteit. Vlaanderen
zal dat niet kunnen. Wie niet heeft, kan niet geven.
Straks zijn we samen arm.
Eerste minister Herman Van
Rompuy verdedigde gisteren
in de commissie Binnenlandse
Zaken van de Kamer met grote
overtuiging het regularisatieakkoord
van afgelopen weekend.
Het tegendeel zou ons pas verwonderd
hebben, hij schreef
het zelf. De voornaamste
verdienste van het akkoord is
dat het er is en de doorstart van de regering mogelijk
maakte. Maar het is geen goed akkoord. Dat kan
het pas worden indien de regering in september het
ook eens wordt over de andere onderdelen van het
asiel- en migratiebeleid.
In feite had het probleem zich nooit mogen stellen.
In 2000 was er al een eerste ‘collectieve’ regularisatie
van circa 50.000 asielzoekers. Toen werd ook afgesproken
om de asielprocedures te vereenvoudigen en
te verkorten zodat economische asielzoekers sneller
zouden weten waar ze aan toe zijn. Maar het duurde
tot mei 2007 voor de nieuwe regels er ook waren.
Dit is dé verklaring waarom er nu opnieuw moet
geregulariseerd worden.
Collectief ? Strikt genomen is het antwoord ‘néén’.
Elk dossier wordt individueel bekeken. Maar in de
praktijk zal het daar op neerkomen. De mogelijkheden
om voor regularisatie in aanmerking te komen,
zijn zo ruim dat weinig asielzoekers uit de boot zullen
vallen. En Melchior Wathelet, de nieuwe staatssecretaris
voor Asiel en Migratie,
zal niet moeilijk doen. Hij zal
dat trouwens niet mogen van
Joëlle Milquet. Haar cdH heeft
immers in een opbod met PS en
Ecolo altijd al gepleit voor een
zo ruim mogelijke regularisatie.
De Franstaligen hebben wat ze
willen. Voortaan hebben zij het
alleen voor het zeggen over wie
geregulariseerd wordt.
Het regularisatieakkoord van afgelopen weekend
kuist het verleden op. Daar valt best wat voor te
zeggen. Asielzoekers die hier al jaren verblijven en
pogingen ondernemen om een nieuw en beter leven
op te bouwen, kan men menselijk gesproken niet
meer naar hun thuisland sturen. Maar het akkoord
is géén oplossing voor de toekomst.
Daarmee pleiten
we niet voor alsnog een omzendbrief met strikte
regularisatiecriteria, omdat criteria altijd een beetje
onrechtvaardig zijn. Dit is wel een pleidooi om eindelijk
komaf te maken met alle misbruiken. We hebben
het dan over de meervoudige asielaanvragen, het
falend uitwijzingsbeleid, de misbruiken bij gezinshereniging,
de schijnhuwelijken...
De regering neemt zich voor om deze problemen
in september aan te pakken. We mogen het hopen.
Slaagt ze niet, dan zal de volgende regering over
pakweg vijf jaar opnieuw collectief moeten regulariseren.
Een mens is nooit te oud om bij
te leren, ook niet op 75-jarige
leeftijd. Dat bewees koning
Albert maandagavond, in zijn
toespraak naar aanleiding van
onze nationale feestdag.
We gaan even terug naar 21
juli 2008.
Terwijl ons land een
politieke crisis zonder voorgaande
meemaakte met een
doorgedreven staatshervorming als inzet, presteerde
onze vorst het om hierover in zijn toespraak met
geen woord te reppen. Hij beperkte zich tot een
oproep tot eenheid en verdraagzaamheid.
Koning
Albert liet die kille 21 juli een uitgelezen kans liggen
om de dingen bij naam te noemen. Om openlijk te
zeggen dat er dringend een oplossing moet komen
voor de sociaal-economische problemen die ons land
langzaam maar zeker laten verrotten. Om openlijk
te zeggen dat een doorgedreven staatshervorming de
enige weg is om dat te realiseren. Helaas had onze
vorst het liever over vroegere toespraken van zijn
broer, wijlen koning Boudewijn. De kritiek in de
Vlaamse pers was hard. Terecht.
Het moet wel zijn dat onze vorst die kranten gelezen
heeft, want in zijn toespraak maandagavond
sloeg hij spijkers met koppen.Vooreerst liet koning
Albert niet na de banken met een beschuldigende
vinger terecht te wijzen. Onze vorst vindt dat de
huidige crisis grotendeels toe te schrijven is aan het
gebrek aan ethiek en controle
in de financiële sector waar
snel winstbejag en torenhoge
bonussen de managers zo gek
maakten dat die de markten
gingen overspoelen met toxische
producten, met alle gevolgen
vandien. Dit moet stoppen,
vindt de koning. Geen zinnig
mens kan hem tegenspreken.
De meest opmerkelijke passage in zijn 21-julitoespraak
was echter die over de staatshervorming.
Onze koning sprak zelfs het grote S-woord uit.
“Laten we tot overeenstemming komen betreffende
de staatshervorming. Deze moet tegelijk een grotere
verantwoordelijkheid aan de gefedereerde entiteiten
toekennen, voor de onontbeerlijke solidariteit
zorgen, en voor een efficiënte federale overheid met
voldoende middelen om de bevoegdheden uit te
oefenen die de hare blijven”, klonk het letterlijk.
U leest het goed: de koning pleitte openlijk voor een
staatshervorming mét een nieuwe financieringswet
om onze sociale zekerheid - hét symbool bij uitstek
van de solidariteit tussen Vlamingen en Walen - veilig
te stellen. En dat zonder één woord van kritiek bij
de Franstaligen. Hebben ze daar, net zoals koning
Albert, eindelijk begrepen dat een echte staatshervorming
onvermijdelijk is? Laten we het hopen, voor
het welzijn van 10 miljoen Belgen, hun koning en
hun vorstenhuis.
Het Vlaams Parlement debatteerde
gisteren over het regeerakkoord.
De oppositie had
veel kritiek, de meerderheidspartijen
CD&V, sp.a en N-VA
putten zich uit in lofwoorden.
Wie had anders verwacht?
En toch werd het een uitermate
interessant debat. Het Vlaams
Parlement heeft er met LDD
een interessante oppositiepartij bij. Zeer zeker, fractievoorzitter
Lode Vereeck was in zijn tussenkomst
ook wel eens demagogisch, het neemt niet weg dat hij
veelal spits was en de meerderheidspartijen regelmatig
uit verband speelde. De aanwezigheid van LDD heeft
als bijkomend voordeel dat ook het Vlaams Belang
uit zijn winterslaap moet ontwaken. Filip Dewinter
en kompanen moesten lange tijd alleen oppositie
voeren. Dat verandert nu. Met Vlaams Belang, LDD
en Groen! hebben we drie oppositiepartijen die er
voluit voor kunnen gaan. Het Vlaams Parlement kan
er alleen maar levendiger door worden. Enkel Open
Vld zal het nog een tijd moeilijk hebben, dat bleek
gisteren ook uit de tussenkomst van Sven Gatz.
Ook opmerkelijk was de manier waarop Bart De
Wever zich manifesteerde. Veelal pareerde hij als
eerste de kritiek op de nieuwe regering. Inhoudelijk
sterk, daar niet van. Maar hij deed het wel vaak op
een hautaine en voor Sven Gatz zelfs denigrerende
manier. Bart De Wever deed ons gisteren denken
aan Frank Vandenbroucke.
Hij moet opletten dat hij straks
niet struikelt over zijn eigen
populariteit en zijn 123.155
naamstemmen.
Eén keer kwam Bart De
Wever niet tussenbeide, met
name toen VB’er Joris Van
Hauthem vroeg of de Vlaamse
regering een belangenconflict
zal inroepen tegen de federale begroting mocht de
federale regering geld uittrekken voor zaken waar in
principe de Vlaamse regering voor bevoegd is zoals
het stedenbeleid. Overigens, ook Kris Peeters kwam
toen voor één keer niet tussenbeide, ondanks het feit
dat het hem uitdrukkelijk gevraagd werd.
Nochtans is de vraag van Joris Van Hauthem ongemeen
interessant. In het Vlaams regeerakkoord
staat dat de Vlaamse regering niet zal dulden dat de
federale regering haar bevoegdheden ondergraaft.
Op 10 december 2008, niet eens zo lang geleden,
diende de N-VA bij monde van o.a. Jan Peumans
een motie in om een belangenconflict aan te spanen
tegen de federale begroting 2009 omwille van
dezelfde reden. Zal de N-VA dit nu opnieuw doen?
Zullen CD&V en sp.a de N-VA hierin volgen? De
antwoorden bleven gisteren uit. Betekent dit dat de
Vlaamse regering nu al haar staart intrekt en dat in
de regering zitten op zich al volstaat? Ten laatste in
oktober weten we waar we aan toe zijn.
De federale regering Van
Rompuy gaat vrijdag in conclaaf
over het asieldossier. Ze
hoopt maandag te landen. In
de aanloop naar dat conclaaf
pleit sp.a bij monde van Dalila
Douifi voor één minister die
bevoegd is voor het hele asielen
migratiedossier.
De sp.a-politica legt hiermee
de vinger op de wonde. De bevoegdheden zijn nu
verdeeld over Annemie Turtelboom (Open Vld)
en Marie Arena (PS). Open Vld en PS hebben een
andere visie op asiel en migratie en proberen elk hun
visie door te drukken, ook door hun collega tegen
te werken. Annemie Turtelboom aarzelt met haar
regularisatiecriteria. Marie Arena laat dan weer met
opzet de asielcentra vollopen, ook met asielzoekers
die ondertussen al geregulariseerd dan wel definitief
afgewezen zijn, om Turtelboom onder druk te zetten.
Ondertussen ontspoort het dossier.
Het is een oud Belgisch zeer dat bevoegdheden versnipperd
worden. Het bemoeilijkt oplossingen. Het
wordt alleen maar erger wanneer die bevoegdheden
ook nog eens verdeeld worden over ministers van
verschillende partijen, eventueel ook nog eens van
een verschillende taalrol. Dat levert naast praktische
ook nog eens ideologische en communautaire
tegenstellingen op.
Er zijn nog meer voorbeelden te geven. Zo zouden
financiën/inkomsten (Reynders,
MR) en begroting/uitgaven
(Wathelet/cdH) beter
in één portefeuille zitten. Het
economisch beleid is versnipperd
over drie ministers: Van
Quickenborne (Open Vld, economie),
Laruelle (MR, KMO’s
en zelfstandigen) en Reynders
(MR, federale participatie- en
investeringsmaatschappij). En nog een voorbeeld.
Karel De Gucht (Open Vld) is minister van Buitenlandse
Zaken en Charles Michel (MR) is minister
van Ontwikkelingssamenwerking. Met als resultaat
een gespleten Congo-beleid.
De nieuwe Vlaamse regering doet het op dit vlak
beter. Openbare Werken en Mobiliteit werden terecht
gehergroepeerd in één hand. Nieuwe sneltramlijnen
hebben weinig zin wanneer men parallel ook nieuwe
wegen aanlegt. Maar ook de Vlaamse regering is
niet helemaal onbesmet met drie ministers van economie:
Peeters (CD&V, economie), Lieten (sp.a,
GIMV en PMV) en Van den Bossche (sp.a, sociale
economie).
De oplossing is minder ministers met méér bevoegdheden.
Maar dat willen de partijen niet. Hun onderlinge
krachtsverhoudingen binnen de regering primeren
op een coherente verdeling van de bevoegdheden.
Daarom ook dat de Vlaamse regering 9 ministers
telt in plaats van de 6 zoals N-VA voorstelde.
Jan Peumans is verkozen tot
voorzitter van het Vlaams Parlement.
De Vlaamse regering
heeft de eed afgelegd. Ook de
opvolgers van de ministers
hebben dat gisteren gedaan.
De nieuwe Vlaamse regering en
het nieuwe Vlaamse Parlement
kunnen er aan beginnen.
Van de Vlaamse regering en
het Vlaams Parlement wordt wel eens gezegd dat ze
een veredeld schepencollege en gemeenteraad zijn.
Dat is niet terecht. Vlaamse regering en parlement
moeten in hun werking niet onderdoen voor federale
regering en parlement. De dossiers die ze behandelen
zijn minstens even belangrijk voor de mensen. Het
gaat immers over onderwijs, over werk, over wonen,
over openbaar vervoer, over cultuur, over milieu...
Het is wel een feit dat in vergelijking met het federale
niveau er in de Vlaamse regering en in het Vlaams
Parlement iets minder ideologische en vooral veel
minder communautaire spanning zit.
Dat zal veranderen. De komende vijf jaar kondigen
als zéér interessant aan. Daar zijn drie verklaringen
voor. De eerste is dat de meerderheid erg krap is met
slechts drie zetels op overschot. De oppositie zal de
meerderheid constant onder druk kunnen zetten.
Bovendien is de oppositie inhoudelijk versterkt met
de komst van Open Vld en LDD.
Ook de financiële en economische crisis zal Vlaamse
regering en parlement onder
druk zetten. Het is vooral de
federale regering die hier de
gevolgen van ondervindt, ze
is verantwoordelijk voor de
sociale zekerheid. Maar zoals
de zaken nu evolueren, is het
uitgesloten dat de federale regering
het probleem alleen kan
keren. Ze zal de hulp moeten
inroepen van de regionale regeringen, ook van de
Vlaamse. En dan wordt het voor Vlaamse regering en
parlement kiezen tussen de N-VA-eis om de federale
regering slechts beperkt te helpen tot de Franstaligen
zelf om een staatshervorming vragen enerzijds en
anderzijds de pensioenen, werkloosheidsuitkeringen
en gezondheidszorgen van de... Vlamingen.
Die staatshervorming, en dan zitten we bij onze
derde verklaring, is verder af dan ooit, gezien de
samenstelling van de Vlaamse regering met Geert
Bourgeois als verantwoordelijk minister voor de
Vlaamse Rand. Een compromis met de Franstaligen
over de Vlaamse Rand, de benoeming van de
Franstalige burgemeesters en de splitsing van de
kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wordt daarmee
zo goed als onmogelijk. In dat geval is het misschien
zelfs niet meer mogelijk om over twee jaar federale
verkiezingen te organiseren en dreigt de implosie van
het land. Maar willen CD&V en sp.a dat wel? Het
wordt spannend.