Zondag 18 oktober spreken
de Antwerpenaars zich in een
referendum uit over de Oosterweelverbinding.
Met het
naderen van dat referendum
laaien de emoties hoog op.
Burgemeester Patrick Janssens
(sp.a) van Antwerpen en BAMvoorzitter
Karel Vinck willen
zelfs niet meer debatteren.
We lopen weinig risico waneer we nu al voorspellen
dat het referendum een ‘neen’ zal opleveren.
Waarna de discussies opnieuw kunnen beginnen.
Want hoe moet men de afwijzing interpreteren? Als
een afwijzing van de hele Oosterweelverbinding? Als
enkel een neen aan de Lange Wapper? Als een keuze
voor het alternatieve tunneltracé? Als een pleidooi
voor een nieuwe combinatie tunnel-tracé? Allemaal
vragen, eerst voor het Antwerps stadsbestuur dat een
advies moet geven over de bouwvergunning van de
Oosterweelverbinding. En daarna voor de Vlaamse
regering die moet beslissen wat ze met dat advies
doet. Dat kan/zal de Vlaamse regering verdelen:
CD&V en N-VA zijn voor, sp.a is tegen.
Van op een afstand bekeken zouden we kunnen
zeggen dat het altijd hetzelfde is met die Antwerpenaars.
De Vlaamse regering legt een grote zak
vol geld op de Antwerpse tafel om een project te
realiseren, waarna de Antwerpenaars ruzie maken.
Dat was het geval bij de heraanleg van de Leien.
Dat was het geval met de bouw
van een nieuw voetbalstadion
naar aanleiding van het Europees
voetbalkampioenschap
Euro 2000. Het stadion kwam
er niet. Dat is nu opnieuw het
geval met de Oosterweelverbinding.
Mede omdat Patrick
Janssens en de sp.a eerst voor
de verbinding waren, daarna
hun jas keerden toen er steeds meer verzet rees tegen
de BAM-plannen. Janssens zegt dat hij nog de enige
is die de belangen van de Antwerpenaars verdedigt,
hij wil ook na 2012 burgemeester blijven.
We zouden ons ook kunnen afvragen waarom enkel
de Antwerpenaars zich mogen uitspreken. Het gaat
uiteindelijk om Vlaams geld. En het gaat om een
verbinding die alle Vlamingen aanbelangt. We gaan
hier geen beroep doen op het gezond verstand van de
Antwerpenaars. Wie zijn wij. Het zou ook niet helpen,
Antwerpenaars weten het toch beter. Overigens, we
begrijpen ook dat de Antwerpenaars in eerste instantie
bekommerd zijn om hun leefbaarheid.
Maar zo
kan het niet verder. Laat het referendum doorgaan,
de uitslag heeft in feite al geen belang meer. Daarna
moeten de politici opnieuw hun verantwoordelijkheid
nemen en snel een oplossing uitwerken voor
de ontsluiting van de economische hoofdstad van
Vlaanderen. In het belang van Antwerpen en bij
uitbreiding van heel Vlaanderen.
Onze gevangenissen puilen
uit. Grosso modo kan men
zeggen dat er een kwart méér
gevangenen dan cellen zijn.
Dat geeft veel problemen in de
gevangenissen. Het is een oud
zeer.
Een van de verklaringen voor
dit gegeven is dat in onze
gevangenissen veel mensen in
voorhechtenis zitten. Van de circa 10.000 gevangenen
zitten er ongeveer 4.000 in voorhechtenis in afwachting
van de verdere afwikkeling van het onderzoek
en hun eventueel proces.
Het probleem van het grote aantal mensen in voorhechtenis
is weer helemaal actueel naar aanleiding
van de aanhouding van Luc Vansteenkiste, grote baas
van Recticel en voormalig voorzitter van de Belgische
werkgevers. Hij wordt verdacht van misbruik van
voorkennis bij de verkoop van Fortis-aandelen. We
spreken ons niet uit over deze zaak. Het onderzoek
zal wel aantonen wat er aan de hand is. Mocht Luc
Vansteenkiste inderdaad in de fout zijn gegaan, dan
zal hij gestraft worden.
Maar was het ook nodig om hem aan te houden en in
voorhechtenis te plaatsen? Luc Vansteenkiste wordt
verdacht van feiten die zich exact een jaar geleden
voordeden. Het onderzoek tegen zijn persoon loopt
al langer. Indien de voorhechtenis bedoeld is om te
voorkomen dat hij mogelijke bewijsstukken vernietigt
en/of mogelijke getuigen
informeert of zelfs onder druk
zet, dan komt deze voorhechtenis
te laat. In dat geval is het
de vraag of de voorhechtenis
niet bedoeld is om Luc Vansteenkiste
onder druk te zetten.
Volgens de bekende advocaat
Hans Rieder is dat dagelijkse
praktijk. Ook de Orde van
Vlamse Balies protesteerde gisteren terecht tegen
deze vorm van machtsmisbruik.
Er is nog een tweede verklaring waarom zoveel
mensen - die allemaal verondersteld worden onschuldig
te zijn tot het bewijs van het tegendeel - in
voorhechtenis zitten. Die werd gisteren aangekaart
door de Orde van Antwerpse advocaten. Omdat onze
gevangenissen overvol zijn, worden gevangenisstraffen
van minder dan drie jaar niet meer uitgevoerd,
uitgezonderd wanneer het gaat op zedenfeiten
of bij recidive. Dat heeft twee gevolgen.
Rechters
spreken zwaardere straffen uit, zodat de schuldigen
minstens een deel van hun straf zouden uitzitten.
En onderzoeksgerechten nemen meer mensen in
voorhechtenis. In dit geval kunnen we spreken van
voorhechtenis als voorschot op een mogelijke straf
na een mogelijke veroordeling. Maar wat als er uiteindelijk
helemaal geen veroordeling volgt?
Dit alles kan niet. Het gerecht moet zich als eerste
aan de regels houden. Anders wordt recht krom.
Dit weekend legt de Vlaamse
regering de laatste hand aan
haar begroting 2010. Die wordt
maandag voorgesteld, wanneer
het Vlaams Parlement voor
het eerst opnieuw bijeenkomt
in plenaire zitting. Ook de
federale regering buigt zich dit
weekend over haar begroting
voor volgend jaar, maar pas
voor het eerst met alle regeringspartijen samen.
Zij
heeft iets meer tijd, Kamer en Senaat komen pas de
tweede dinsdag voor het eerst plenair bijeen.
De opmaak van de begrotingen voor volgend jaar
kondigde zich al als uiterst moeizaam aan. Zeker
voor de federale regering. Die moet 65 procent van
de inspanningen leveren om tegen 2015 opnieuw
een begroting in evenwicht te hebben. Anders dreigt
er tegen dan een tekort aan van 25 miljard euro
of 7,5 procent van het bruto binnenlands product.
Maar al bij al valt het nog mee. Dat komt omdat alle
regeringen vorige week samen afspraken om de inspanningen
geleidelijk op te bouwen. Het maakt dat
de federale regering in 2010 voor slechts 1,2 miljard
euro aan maatregelen moet nemen. Bovendien denkt
ze vooral aan nieuwe inkomsten zoals een heffing
voor de elektriciteitsproducenten in ruil voor het
langer openhouden van de kerncentrales.
Hier valt iets voor te zeggen. Te forse besparingen en/
of belastingen voor burgers en bedrijven kan nefast
zijn voor de nu al kwakkelende
economie. Toch moet men zich
de vraag durven stellen of de
verschillende regeringen - in
het bijzonder de federale en de
Waalse - niet beter nu al méér
zouden doen. Wat nu al gedaan
is, brengt ook de volgende jaren
opnieuw op. Tenminste als het
om structurele maatregelen
gaat. Nu wordt het gros van de inspanningen verschoven
naar de periode 2012-2015, dus naar de
volgende regering? Het houdt ook het risico in van
een verloren begrotingsjaar. In 2011 zijn er verkiezingen
voor Kamer en Senaat. Verkiezingsjaren zijn
geen goede begrotingsjaren.
Daarom een pleidooi om in de mate van het mogelijke
nu al een tandje bij te steken. Plus een oproep om
zich niet enkel te focussen op de begroting op zich,
maar op de volledige achterliggende problematiek
van onze belabberde staatsfinanciën. Hét Belgisch
probleem bij uitstek is onze werkzaamheidsgraad
(62,4% in België, 66,5% in Vlaanderen, 57,2% in Wallonië,
55,6% in Brussel, 65,9% in EU), is het gegeven
dat te weinig mensen werken. Meer mensen aan het
werk krijgen moet de prioriteit zijn. Dat betekent
automatisch meer inkomsten en minder uitgaven
voor de overheid. Het is ook de beste waarborg om
onze gezondheidszorgen en pensioenen betaalbaar
te houden in de tijd.
Er is goed nieuws. Zinkverwerker
Nyrstar in Balen gaat
de productie aan het eind van
deze maand geleidelijk weer
opstarten. De productie zal er
dan tien maanden lang hebben
stilgelegen.
Er is nog meer goed nieuws.
De financiële directeurs over
de hele wereld zien de toekomst
weer wat rooskleuriger. Voor het eerst in een dik
jaar zijn er weer meer optimisten dan pessimisten
onder de chief financial officers, zeg maar financieel
verantwoordelijken in het bedrijfsleven.
Veel minder goed nieuws kwam er gisteren van bij
gresbuizenproducent Keramo Steinzeug in Hasselt.
Door de crisis heeft het bedrijf lijdzaam moeten
toezien hoe de investeringen in rioleringen werden
uitgesteld en afgevoerd. Vooral in het Midden-
Oosten - waar Keramo een belangrijke positie had
uitgebouwd - vielen de bestellingen als een baksteen
naar beneden. Liefst 25 weken werd de productie in
Hasselt stilgelegd. Maar uiteindelijk heeft de directie
toch moeten beslissen om de tering naar de nering
te zetten.
Waar iedereen al een paar dagen voor
vreesde, werd gisteren aangekondigd tijdens een
bijzondere ondernemingsraad: 119 jobs worden in
Hasselt geschrapt, nog eens zoveel jobs gaan verloren
in de twee Duitse zusterbedrijven van Keramo in
Frechen en Bad Schmiedeberg. Een drama voor
evenveel families. Het Hasselts
bedrijf, dat in 1957 ontstaan is
uit de wegenbouwer Kumpen,
ziet zijn personeelsbestand
daardoor gehalveerd.
Nochtans heeft Keramo met
zijn gresbuizen een product van
wereldklasse in huis. Jawel, een
gresbuis is veel meer dan een
bruine, holle buis uit gebakken
klei. Je mag het best een duurzaam, technologisch
topproduct noemen. Gresbuizen gaan immers
veel langer mee dan buizen uit (gewapend) beton
of pvc. Ze zijn het best bestand tegen agressieve
chemicaliën en tegen hoge druk. Gresbuizen zijn
zelfs een stuk ‘ecologischer’ dan hun concurrenten
in de rioleringswereld. Alleen, ze zijn ook duurder.
U kan zich voorstellen dat dat in tijden van crisis
een probleem is.
De crisis is dus nog niet voorbij, al krijgen we de
jongste tijd meer en meer te horen dat “het ergste
achter de rug is”. Integendeel, we kunnen ons de
komende weken en maanden aan nog meer verhalen
zoals dat van Keramo verwachten. De economie
trekt misschien weer wat aan, maar dat gebeurt niet
overal en in alle sectoren aan hetzelfde tempo. De
wereldstaalreus ArcelorMittal bijvoorbeeld verwacht
dat het voor hen pas in 2011 beter zal gaan.
Wij zijn dus nog niet door de zure appel heen. Het
lijkt bovendien een erg dikke appel te zijn.
Hij heeft er voor moeten zweten.
Dat is het minste wat je
kunt zeggen over de al met al
onstuitbare herverkiezing van
José Manuel Barroso.
Eerst moest hij zich in bochten
wringen om de regeringsleiders
van de zevenentwintig lidstaten
voor zich te winnen. Dat betekende
vooral: niet op de tenen
trappen van snel geïrriteerde tenoren (of sopranen)
als Sarkozy en Merkel. Vooral deze twee lieten hem
lang antichambreren voor hij zeker was van hun
stem.
Toen Barroso eind juni de eenparige steun van de
regeringsleiders op zak had, ging het Europees Parlement
moeilijk doen. Uitgerekend dat hij in de smaak
viel bij de regeringsleiders, werd hem plots als een
ondeugd aangerekend. Barroso had te veel naar de
pijpen van de hoofdsteden gedanst en zijn Commissie
had daarom nauwelijks van zich laten horen. In de
financiële crisis was ze zelfs totaal afwezig geweest.
Die kritiek werd Barroso de afgelopen maanden
voortdurend onder de neus gewreven, bijvoorbeeld
door de nieuwe fractieleider van de liberalen in het
Europees Parlement. Merkwaardig dan ook dat
uitgerekend deze felle criticus de voorbije dagen ging
werven voor de meerderheid die gisteren Barroso
aan zijn tweede ambtstermijn hielp.
Dat was dus die merkwaardige centrum-rechtse
meerderheid, reikend van
rabiaat eurosceptische Britse
Conservatieven tot overtuigd
pro-Europese Vlaamse liberalen.
Ook voor die meerderheid heeft
Barroso overigens moeten zweten.
Tijdens vergaderingen in
het halfrond en tijdens vergaderingen
in de parlementsfracties,
waarin hij zich van zijn energiekste kant liet zien
- de kant die hij tijdens zijn eerste mandaat zo vaak
verstopte.
Maar ook binnenskamers. De vruchten daarvan
zullen waarschijnlijk zichtbaar worden als straks
de jobs in de nieuwe Commissie-Barroso verdeeld
worden. Misschien zit er, dankzij het bochtenwerk
van de liberale fractieleider, wel een Belgisch prijsje
in - voor een partijgenoot dan nog.
Barroso heeft nu zijn tweede ambtstermijn binnen.
Dat maakt hem onafhankelijker dan de voorbije
jaren. Zo zou hij zich niets hoeven aan te trekken
van Duitse gevoeligheden bij het beoordelen van het
Opeldossier. Of zat dat ook al in de onderhandelingen
die hem een tweede termijn opleverden?
De Portugees is uiteindelijk vooral de haalbare
kandidaat geweest. Afkomstig uit de partij die de
Europese verkiezingen won, aanvaardbaar voor de
regeringen - en, na enig gekokhals, ook doorgeslikt
door het Europees Parlement.
Is er nog wel een maatschappelijk
debat mogelijk over de
hoofddoek?
De beslissing van de Raad van
State gisteren om het verbod
op de hoofddoek in de athenea
van Antwerpen en Hoboken
om louter procedurele redenen
niet te schorsen, maakt
pijnlijk duidelijk dat de jonge
Antwerpse moslima’s en de mensen die hen (bege-)
leiden de vinger in hun eigen oog gestoken hebben
met hun klacht bij de Raad van State. Het algemeen
verbod op het dragen van de hoofddoek en andere
religieuze symbolen dat vorige week werd afgekondigd
door het gemeenschapsonderwijs, was immers
het rechtstreeks gevolg van de eis tot schorsing en
van het advies van de auditeur bij de Raad van State
dat een dergelijke maatregel geen bevoegdheid van de
individuele school is maar van het hogere niveau.
Anderzijds lijkt de Raad van State met haar arrest
ook de deur open te zetten voor eindeloze nieuwe
procedures waarmee niemand gediend is. Het valt
te vrezen dat we vertrokken zijn voor jaren van
ongenoegen en frustraties aan alle kanten.
De beslissing van de athenea van Antwerpen en
Hoboken eind vorig schooljaar werd nochtans niet
genomen om de jonge moslima’s die daar school lopen
te pesten, maar integendeel om ze te beschermen
nadat de directies duidelijke aanwijzingen hadden
gekregen dat het vaak niet de
meisjes zelf waren die konden
beslissen of ze al dan niet een
hoofddoek droegen, én om het
pluralistisch karakter van de
scholen te redden. De maatregel
was ingegeven door concrete
lokale omstandigheden.
Daarom had de algemene raad
van het gemeenschapsonderwijs
misschien toch beter gewacht tot de beslissing
van de Raad van State zelf vooraleer de lokale directies
te hulp te schieten met een algemeen verbod.
Daarmee heeft ze immers een lokaal Antwerps probleem
opgeblazen tot een maatschappelijk dilemma
waar nog nauwelijks een goede oplossing voor te
verzinnen valt. De moslima-tienermeisjes, die in hun
balorigheid weinig verschillen van hun autochtone
leeftijdsgenoten, hebben nu een gedroomde zaak
om tegen te rebelleren, en het wordt erg moeilijk
om uit te leggen dat het hoofddoekenverbod géén
discriminatie van de moslimgemeenschap inhoudt.
Het ergste is dat er nu geen weg terug meer is. Door de
eis voor de Raad van State en de te snelle reactie van
het gemeenschapsonderwijs zitten we opgescheept
met een algemeen verbod waar niemand gelukkig
mee is, en wordt het een zaak van winnen of verliezen.
Voor een maatschappelijk debat dat uitmondt
in een concensus dreigt het te laat te zijn.
Het wordt vandaag de dag van
de Europese mobilisatie voor
Opel Antwerpen. Ministerpresident
Kris Peeters gaat
pleiten en wellicht een beetje
smeken bij industriecommissaris
Günter Verheugen. En
het Europees Parlement houdt
een spoeddebat waar diezelfde
Verheugen of zijn collega van
concurrentie Neelie Kroes zullen komen luisteren
naar wat Vlaamse afgevaardigden als Verhofstadt
en Belet te melden hebben.
De Vlaamse politici willen vooral dat Europa scherp
controleert of Duitsland met zijn miljardensteun
voor Opel niet aan protectionisme en concurrentievervalsing
doet. Met andere woorden: of het zich wel
houdt aan de Europese regels die dat verbieden.
Zoals over alles wat in het Opel- en GM-dossier
speelt, doen hierover, al naargelang het standpunt,
zeer uiteenlopende inschattingen de ronde. De Duitse
kanselier Merkel liet de voorbije dagen horen dat de
Europese Commissie al haar informele goedkeuring
gegeven had aan de maatregelen waarmee haar regering
de overnemer van Opel wil bewegen om zoveel
mogelijk arbeidsplaatsen te redden. Die goedkeuring
kan in ieder geval niet meer dan informeel zijn omdat
Duitsland bij de Europese instanties nog altijd geen
formele melding heeft gedaan van wat het van plan
is.
Overigens is ook over de
precieze plannen van die overnemer
nog niets definitief bekend.
Het is niet eens geweten
wanneer het verdict zal vallen.
Alles is dus nog niet verloren
voor Opel Antwerpen - maar
niemand weet wat die vaststelling
aan reële hoop oplevert,
de in onzekerheid verkerende
werknemers net zomin als ‘s lands toppolitici.
Dat versterkt het besef dat alle beslissingen in dit
dossier boven Vlaamse hoofden genomen worden.
En dat grote woorden als ‘Europese solidariteit’ op
dit soort cruciale momenten hol klinken. We zullen
vandaag wel horen wat Duitse Europarlementsleden
te berde brengen in het spoeddebat. Veel kritiek op de
handelwijze van hun regering zal daar waarschijnlijk
niet bij zijn. Een deel van die kritiek is trouwens nogal
futiel. Merkel verwijten dat ze in de aanloop naar de
Duitse parlementsverkiezingen bijzonder haar best
doet om Duitse jobs te redden, klinkt uit de mond
van Vlaamse politici nogal onnozel. Zouden ze niet
hetzelfde (moeten) doen?
Blijft uiteraard dat ook een campagne voerende
Duitse kanselier zich strikt aan de Europese concurrentieregels
moet houden. Neelie Kroes staat
bekend als een onvervaarde verdedigster van die
regels. Handhaving van die regels is dan ook het
minste wat we van haar en ‘Europa’ verwachten.
Vrijdag spreekt de Raad van
State zich uit over het hoofddoekenverbod
in het Koninklijk
Atheneum van Antwerpen
en dat van Hoboken. Indien
de Raad van State het advies
van de auditeur volgt, dan is het
verbod van de baan. Maar niet
de maatschappelijke discussie.
In dit land kennen we godsdienstvrijheid.
Iedereen is vrij zijn godsdienst te
belijden en dat ook kenbaar te maken. Met het
woord. En met symbolen. Voor de katholieken is
dat het kruis. Al is dat symbool gedevalueerd. Hoewel
een beetje uit de mode zijn er ook nu nog jongeren
die een paternoster als juweel dragen, ook jongeren
die nog nooit een voet in de kerk zetten en dat uit
overtuiging ook nooit zullen doen. Het kruis als
symbool voor het katholiek geloof, het heeft ons
nooit gestoord. Net zomin als het keppeltje waarmee
Joodse mannen hun hoofd bedekken of de hoofddoek
van de moslima.
Nu hebben we daar blijkbaar wél problemen mee,
in het bijzonder wanneer die symbolen in de zogenaamde
publieke ruimte worden gedragen. Zoals in
scholen. Of in gemeentehuizen door ambtenaren die
in contact komen met publiek dat eventueel aanstoot
zou kunnen nemen aan die symbolen.
Waarom? Een mogelijke verklaring is dat we de
hoofddoek niet enkel zien als een religieus symbool,
maar ook ervaren als
een symbool van verzet van
de moslims tegen onze - in
hun ogen - discriminerende
maatschappij, én tegen onze
westerse samenleving met zijn
door de moslims verworpen
waarden en normen. Een indruk
die versterkt wordt door
de vaststelling dat nog meer
dan de vrouwen het de mannen zijn die zich roeren
in dit debat en - zo blijkt uit getuigenissen - in nogal
wat gevallen niet aarzelen om moslima’s onder druk
te zetten.
Hun gevoelens van frustratie door discriminatie
kunnen we begrijpen. Maar het zich afzetten tegen
onze vorm van samenleven kunnen en willen we
niet volgen. Onze samenleving is het resultaat van
afspraken die we in de loop der eeuwen samen met
elkaar gemaakt hebben. De moslims die hier zijn
komen wonen, hebben dat uit vrije wil gedaan. Het
is niet aan de gast om aan de gastheer te zeggen wat
hem te doen staat.
De discussie over de hoofddoek zou kunnen worden
beslecht door de overheid. Maar dat kan nooit goede
regelgeving zijn wanneer die niet gedragen wordt
door een grote groep uit onze samenleving. Een
hoofddoekenverbod is dus niet echt zinvol. In feite is
er maar één oplossing: wederzijds respect en aanvaarding.
Helaas is dat voor velen te veel gevraagd.
De Hoge Raad van Financiën
berekende dat het begrotingstekort
voor alle overheden
samen tegen 2015 oploopt tot
26 miljard euro of 7,4 procent
van het bruto binnenlands
product. Maar dat jaar moet
de begroting opnieuw in evenwicht
sluiten. Dat is nodig
om daarna de kosten voor de
toenemende vergrijzing - gezondheidszorgen en
pensioenen - te kunnen betalen. Maatregelen zijn
nodig en volgens de HRF zou het goed zijn mochten
alle regeringen daartoe bijdragen in verhouding tot
hun uitgavenpatroon.
Voor de Vlaamse regering hoeft dat geen probleem
te zijn. Die wil haar begroting al in 2011 in evenwicht
hebben en zou daarna een extra inspanning kunnen
doen. Voor Wallonië en Brussel is het wel een probleem.
Zij lieten al eerder weten dat ze hun begroting
pas tegen 2015 op orde krijgen.
Daarmee staat de Vlaamse regering voor een
verscheurende keuze. Of ze doet alleen een extra
inspanning. Of ze doet het niet omdat Wallonië en
Brussel het ook niet doen. In het laatste geval moet
de federale regering een extra inspanning doen. Dat
kan in dat geval alleen door ook te snijden in de
sociale zekerheid. Dus in de gezondheidszorgen,
de uitkeringen en de pensioenen, óók in die van de
Vlamingen. Of de federale regering blijft extra lenen
met een nieuwe schuldenberg en
een nieuwe rentesneeuwbal tot
gevolg. Ook hier zullen - gezien
de economische prestaties van
de verschillende regio’s - vooral
de Vlamingen voor opdraaien.
Het is voor de regering Peeters
dus kiezen tussen principes dan
wel meer schulden of minder
sociale zekerheid ten nadele
van de Vlamingen.
Dat is een gevolg van de keuze van Kris Peeters voor
de N-VA bij de vorming van zijn tweede Vlaamse
regering. Daarmee wilde hij zijn partij op haar communautaire
flank afdekken. Maar samen met de
N-VA moest hij ook de door die partij opgedrongen
Maddens-theorie er bij nemen. Die theorie, genoemd
naar de Leuvense professor Maddens, wil dat de
Vlaamse regering géén extra inspanningen doet, desnoods
de federale regering financieel drooglegt, om
op die manier een staatshervorming af te dwingen
van de Franstaligen. Blijkbaar is men toen vergeten
dat dit ook wel eens ten koste van de Vlamingen zou
kunnen gaan.
De keuze van Kris Peeters voor de N-VA zorgde al in
juli voor spanningen tussen hem en federaal premier
Herman Van Rompuy, beiden CD&V. Die kunnen
alleen maar toenemen nu het uur van de waarheid
aanbreekt. Daarmee staat ook CD&V voor een
verscheurende keuze: Peeters of Van Rompuy.
Het totaal onpartijdige Centraal
Bureau voor de Statistiek
in Nederland berekende
onlangs dat de prijs van melk
in de supermarkt nu veertig
procent hoger is dan in 2000,
terwijl de prijs bij de boer in die
periode daalde met dertig procent
- een daling die vooral in
het voorbije jaar fors toenam.
Consumenten beseffen het nauwelijks omdat ze er
ook nauwelijks wat van merken. Welke verbruiker
staat er bij stil dat de melkveeboer maar twintig cent
per liter melk krijgt ?
De boeren die gisteren in Brussel betoogden, zeggen
dat het water hen aan de lippen staat. Het is een kreet
die niet alleen bij Belgische boeren of boeren uit de
Europese Unie te horen is. Van de Zwitserse melkveehouders
zou de helft de komende jaren hun bedrijf
moeten sluiten, als de melkprijs niet stabiliseert.
Zwitserse Alpenboeren hebben niets te maken met
het Europese melkquotasysteem. De verruiming
daarvan, in de aanloop naar zijn definitieve opheffing,
is volgens veel Europese melkveehouders
nochtans de hoofdoorzaak van hun problemen.
De Zwitserse situatie bewijst dat de melkcrisis vooral
het gevolg is van ontwikkelingen op de wereldmarkt
waar ook Europa nauwelijks greep op heeft: de daling
van de vraag, veroorzaakt door de recessie. Het is een
crisis die je niet buiten de deur kan houden - ook niet
door het sluiten van de grenzen.
Toen de fors toegenomen vraag
naar zuivel uit landen als China
en India nog niet zo lang geleden
de melkprijs deed stijgen,
pleitte trouwens geen enkele
Europese melkboer er voor om
alleen voor de nationale markt
te produceren.
De Europese lidstaten bleken
het gisteren andermaal grondig oneens over wat er
met de melkquota moet gebeuren. Die onenigheid
loopt ook dwars door België en door de Belgische
landbouworganisaties.
De kans dat de oude quotaregeling opnieuw geactiveerd
wordt, is echter zo goed als onbestaande.
Daarom moeten er Europese overbruggingsmaatregelen
komen die de melkboeren een zo zacht
mogelijke landing bezorgen. Maatregelen die hen
een rechtvaardig inkomen bezorgen en er voor zorgen
dat hun sector de huidige recessie overleeft.
Want dat laatste is een algemeen belang. We beseffen
het niet als we dezer dagen zo zuinig mogelijk
onze winkelkarretjes vullen. Maar het geld dat we
aan de kassa van de supermarkt neertellen voor die
liter melk, dat stuk vlees, die groenten, zou ook de
prijs moeten zijn die we met zijn allen bereid zijn te
betalen voor gezond voedsel, geproduceerd door
een gezonde en leefbare landbouw, op een gezond
en leefbaar platteland.