De stad Amsterdam heeft voor
900.000 inwoners één hoofdcommissaris
van politie en
drie commissarissen. De stad
Antwerpen heeft voor 450.000
inwoners naast de korpschef elf
hoofdcommissarissen en 170
commissarissen. De Antwerpse
korpschef verdient bovendien
meer dan zijn hoogste baas, de
procureur-generaal van het Hof van Cassatie. Maar
noch in Antwerpen, noch in de rest van het land is
er nu, tien jaar na de politiehervorming, meer blauw
op straat dan voor die hervorming.
Gisteren kwamen de vertegenwoordigers van de politievakbonden hun visie geven op de politiehervorming in de hoorzittingen die de Kamer- en Senaatscommissies van Binnenlandse Zaken samen organiseren om de politiehervorming te evalueren. Er was relatief weinig belangstelling voor de zitting omdat de parlementsleden wellicht dachten dat de bonden alleen maar met looneisen en arbeidsvoorwaarden zouden komen aandragen. Zij vergisten zich.
De kamerleden en senatoren die er wel waren zaten bij tijd en wijle met open mond te luisteren naar het relaas van de vakbondsverantwoordelijken over de 196 baronieën die de lokale politiezones zijn, en waar de korpschefs alleen maar verantwoording moeten afleggen voor een college van burgemeesters die vaak niet goed op de hoogte zijn en die om de zes jaar herkozen moeten worden; over de tien politiescholen, die verschillende opleidingen geven en waar te veel hoofdcommissarissen tegen 100 euro per uur te vaak les komen geven zodat hun eigenlijke werk blijft liggen; over het nieuwe uniform, waarvan sommige delen na tien jaar nog altijd niet beschikbaar zijn zodat oud-rijkswachters in een aantal politiezones nog altijd in hun oude rijkswachtplunje rondlopen.
Een andere opvallende klacht heeft te maken met de kwaliteit van de jonge agenten. Er worden veel te veel deontologische fouten en strafrechtelijke inbreuken gemaakt en de bonden pleiten radicaal voor strengere eisen bij de recrutering.
Niet alles is negatief. In een aantal landelijke zones is de situatie erop vooruit gegaan. Maar het globale oordeel liegt er niet om. “Wie zegt dat er sinds de politiehervorming meer blauw op straat is, leeft op een andere planeet. Wie beweert dat de politie-oorlog voorbij is, kent het terrein niet”, zo vatte een van de vakbondsvertegenwoordigers de situatie samen. Ongetwijfeld zullen de kamerleden en senatoren ook nog andere klokken te horen krijgen. We zijn benieuwd wat ze met hun kennis zullen aanvangen.
Gisteren kwamen de vertegenwoordigers van de politievakbonden hun visie geven op de politiehervorming in de hoorzittingen die de Kamer- en Senaatscommissies van Binnenlandse Zaken samen organiseren om de politiehervorming te evalueren. Er was relatief weinig belangstelling voor de zitting omdat de parlementsleden wellicht dachten dat de bonden alleen maar met looneisen en arbeidsvoorwaarden zouden komen aandragen. Zij vergisten zich.
De kamerleden en senatoren die er wel waren zaten bij tijd en wijle met open mond te luisteren naar het relaas van de vakbondsverantwoordelijken over de 196 baronieën die de lokale politiezones zijn, en waar de korpschefs alleen maar verantwoording moeten afleggen voor een college van burgemeesters die vaak niet goed op de hoogte zijn en die om de zes jaar herkozen moeten worden; over de tien politiescholen, die verschillende opleidingen geven en waar te veel hoofdcommissarissen tegen 100 euro per uur te vaak les komen geven zodat hun eigenlijke werk blijft liggen; over het nieuwe uniform, waarvan sommige delen na tien jaar nog altijd niet beschikbaar zijn zodat oud-rijkswachters in een aantal politiezones nog altijd in hun oude rijkswachtplunje rondlopen.
Een andere opvallende klacht heeft te maken met de kwaliteit van de jonge agenten. Er worden veel te veel deontologische fouten en strafrechtelijke inbreuken gemaakt en de bonden pleiten radicaal voor strengere eisen bij de recrutering.
Niet alles is negatief. In een aantal landelijke zones is de situatie erop vooruit gegaan. Maar het globale oordeel liegt er niet om. “Wie zegt dat er sinds de politiehervorming meer blauw op straat is, leeft op een andere planeet. Wie beweert dat de politie-oorlog voorbij is, kent het terrein niet”, zo vatte een van de vakbondsvertegenwoordigers de situatie samen. Ongetwijfeld zullen de kamerleden en senatoren ook nog andere klokken te horen krijgen. We zijn benieuwd wat ze met hun kennis zullen aanvangen.

Reacties