De Antwerpenaars hebben zich
uitgesproken over de Oosterweelverbinding,
inclusief de
Lange Wapper. Ze deden dat
met velen. En ze beslisten dat
die Lange Wapper er niet mag
komen. Verwonderlijk? Niet
echt. We hebben geen weet
van referenda waarin nieuwe
projecten het uiteindelijk wél
halen.
Verklaringen hiervoor zijn het gegeven dat tegenstanders
gemakkelijker te mobiliseren zijn. En er is het
onvermijdelijke nimby-fenomeen: iedereen wil van
alles, in dit concrete geval zelfs een oplossing voor de
mobiliteitsproblemen in en rond Antwerpen, maar
niet in de achtertuin of langs de peperdure loft. De
verklaringen van de neen-stemmers onmiddellijk
nadat ze hun stem hadden uitgebracht, lieten in dat
verband niets aan de verbeelding over.
Dat weten we dan weer. Alhoewel, wat weten we nu
meer dan de dag vóór het referendum? Betekent het
neen een neen aan de hele Oosterweelverbinding of
enkel aan de Lange Wapper? En wie neen stemde, wat
wil die dan wel? Helemaal niks? Het Horvath-tracé?
Het alternatief van stRaten-Generaal? Het alternatief
van ARUP/SUM? Allemaal alternatieven met
net als de Oosterweelverbinding evenveel voordelen
als nadelen.
Het referendum over de Lange Wapper had de grote
verdienste dat het de inwoners
van Antwerpen nauw betrok
bij ontwikkelingen in en rond
hun stad. En het verplichtte de
politici om het dossier echt in te
studeren en kleur te bekennen.
Een aantal politici veranderde
daardoor van mening. Men
verwijt ze politiek bochtenwerk,
ingegeven door electoraal
opportunisme. Politici zijn daar uiteraard gevoelig
aan. Anderzijds is het evengoed zo dat enkel domme
mensen nooit van mening veranderen.
Men heeft de Antwerpenaren hun mening gevraagd,
ze hebben gesproken, dus is het ook logisch dat onze
politici er rekening mee houden. In Antwerpen en in
Brussel. Politiek vertaald betekent dit referendum een
nederlaag voor Kris Peeters, zijn CD&V, Open Vld
en N-VA. Patrick Janssens, sp.a, Groen! en Vlaams
Belang - wat een combinatie - zijn de winnaars. Alhoewel,
zijn er wel winnaars? Het resultaat van dit
referendum is dat het verkeersprobleem nog altijd
even groot blijft, maar dat we een paar jaren terug
in de tijd zijn gezet in de zoektocht naar een oplossing.
Die moet er hoe dan ook komen. In het belang
van de Antwerpenaars. Maar ook in het belang van
alle Vlamingen omdat Antwerpen nu eenmaal onze
economische hoofdstad is. Dat blijft hoe dan ook
een taak voor onze politici. Voor winnaars én voor
verliezers.
De regering Van Rompuy heeft
gisteren haar begrotingen 2010
en 2011 voorgesteld. Om de
staatsfinanciën enigszins weer
onder controle te krijgen, zoekt
de federale regering het hoofdzakelijk
in nieuwe inkomsten,
amper in besparingen.
Is het voldoende? Daarover
kan men discussiëren. De regering
staat op het standpunt dat ze nu niet wilde
doorduwen om onze economie, die het zo al moeilijk
heeft, niet verder in het gedrang te brengen. Daar
valt best wat voor te zeggen. Maar dat de regering de
oplossing quasi alleen in nieuwe inkomsten zoekt, dat
kunnen we niet goed volgen. De Vlaamse regering
bespaart wel. Waarom zou de federale regering dat
dan niet kunnen? Misschien zit het antwoord wel
verscholen in de samenstelling van deze regering,
met naast christendemocraten ook socialisten en
liberalen die elkaar in een wurggreep houden, waardoor
de regering nog amper kan bewegen. In feite
geeft de regering dat zelf toe door nu ook al voor een
goed stuk de begroting 2011 vast te leggen. In 2011
zijn het immers federale verkeizingen voor Kamer
en Senaat. De regering weet nu al dat ze dan geen
beslissingen zal durven nemen.
Deze begrotingen zijn vooral op langere termijn een
gemiste kans. Hét Belgisch probleem bij uitstek is immers
onze te kleine werkzaamheidsgraad van net iets
meer dan 60 procent. Mochten
we die kunnen optrekken tot 70
procent, dan zijn onze problemen
van de baan. Mensen die
werken betalen belastingen en
SZ-bijdragen, en hebben geen
uitkering nodig.
Om dit te realiseren, zijn ingrijpende
maatregelen nodig. We
denken dan o.a. aan een versoepeling
van de arbeidsmarkt, aan het langer aan het
werk houden van de mensen, aan een verschuiving
van de fiscaliteit van lasten op werk naar lasten op
consumptie en vervuiling, aan een herstructurering
van het overheidsapparaat om met minder mensen
beter te doen, aan een regering die investeert in plaats
van herverdeelt.
We zijn er ons van bewust dat dit op korte termijn
géén oplossing is voor de begrotingen 2010 en 2011,
wel op langere termijn. Niets belette de federale
regering Van Rompuy om die maatregelen nu al te
nemen en vervolgens geleidelijk in te voeren. We
zouden nu al klaar zijn voor wanneer de economie
herneemt en de vergrijzing met veel uittreders uit
de arbeidsmarkt helemaal toeslaat. Dat werk wordt
doorgeschoven naar de volgende federale regering.
Maar zal die het kunnen? Nu zijn er al vijf partijen
nodig om een regering te vormen. Wat wordt dat
na de verkiezingen van 2011? Indien het tegenvalt,
riskeren we een dodelijke wurggreep.
Politiek is een harde business.
Wie daar nog niet van overtuigd
was, kreeg deze week de harde
bewijzen. Zwart op wit. Eerst
was er Marc Verwilghen die in
een interview afrekende met
het liberale triumviraat Verhofstadt-
Dewael-De Gucht.
Gisteren lekte het mailverkeer
uit over de manier waarop
Caroline Gennez kopstuk Frank Vandenbroucke
passeerde als Vlaams minister.
Politiek heet een ploegsport te zijn van mensen die dezelfde
ideologische overtuiging delen en van daaruit
zich willen inzetten om de maatschappij te ordenen in
het algemeen belang. Postjes zouden niet belangrijk
zijn, wel principes. Dat zeggen ze allemaal. Maar
het is niet zo. Persoonlijke belangen wegen veelal
zwaarder door dan het algemeen belang. Er bij zijn,
voorzitter zijn, minister zijn, daar is het uiteindelijk
om te doen.
Marc Verwilghen begon zijn politieke carrière als
backbencher en had weinig uitzicht op meer tot
hij voorzitter werd van de Dutroux-commissie. Hij
ontpopte zich binnen de kortste keren tot witte ridder
en werd enorm populair, zo populair dat hij
dacht premier te kunnen worden. Die eer moest hij
uiteindelijk aan Guy Verhofstadt laten, zelf werd hij
minister van Justitie en daarna Economie. Maar hij
kon zijn stempel niet drukken. Voor een stuk wegens
eigen falen, voor het grootste
stuk omdat men hem zijn succes
niet gunde. Niet in eigen partij,
hij verstoorde de pikorde.
Niet
bij de andere partijen, want
als men Marc Verwilghen liet
scoren zou Open Vld te groot
worden. De problemen bij justitie
zijn ondertussen nog altijd
niet opgelost. Marc Verwilghen
haalt nu zijn gram.
Het Vandenbroucke-verhaal is gelijkaardig. Wie
lekte de mails? Het antwoord is voor later, moet
waarschijnlijk gezocht worden in zijn - door hem
geïnspireerde? - entourage. Dezelfde entourage die
eerder ook al het berichtje lekte dat Flor Koninckx
zijn parlementaire wedde behoudt ondanks het feit
dat hij niet meer verkozen werd. Steve Stevaert had
hem dat immers beloofd bij zijn keuze als bekende
Vlaming voor sp.a.
De Vlaamse socialisten verloren in 2007 de federale
en dit jaar de Vlaamse verkiezingen. Om een breuk
met het verleden te maken, moest Caroline Gennez
voor nieuwe Vlaamse ministers kiezen. Enkel op die
manier kan de sp.a een nieuwe toekomst opbouwen.
Maar daar heeft de entourage van Frank Vandenbroucke
geen boodschap aan. Daarom rekent ze nu
af met Caroline Gennez en haar fluisteraar Steve
Stevaert. Frank Vandenbroucke is belangrijker dan
de sp.a.
Dat de N-VA de Vlaamse verkiezingen
van 7 juni won, dat
weten we natuurlijk. Maar van
waar kwam die winst? Van sp.a
en Open Vld, de twee partijen
die de verkiezingen verloren?
Het klinkt logisch maar is niet
noodzakelijk juist. Winst en
verlies bij verkiezingen zijn
het gevolg van veel bewegingen
heen en weer tussen alle partijen. Enkel onderzoek
kan voor het juiste antwoord zorgen. Dat is er nu.
Daar zorgden de universiteiten van Leuven, Brussel,
Antwerpen en Leiden voor.
De studie toont iets heel interessants aan. In de
aanloop naar de verkiezingen maar nog voor de feitelijke
start van de verkiezingscampagne werd LDD
alsmaar populairder. De partij was op dat ogenblik,
dat bleek toen trouwens ook uit de opiniepeilingen,
goed voor circa 15 procent van de Vlaamse stemmen.
Maar tijdens de verkiezingscampagne zelf ging die
winst verloren.
Het onderzoek - met ondervragingen van steeds
dezelfde groep kiezers tijdens drie verschillende
periodes - geeft aan dat dit een gevolg was van de
negatieve campagne van Jean-Marie Dedecker. De
overloop van Dirk Vijnck naar Open Vld om daarna
heel snel terug te keren naar LDD, was de spreekwoordelijke
druppel. Jean-Marie Dedecker dacht met
dit opgezet spel te kunnen scoren, uiteindelijk sneed
hij in eigen vinger en in die van
Open Vld. N-VA incasseerde
de winst. Het moet een les zijn
voor alle partijen. De kiezer
heeft weinig of geen boodschap
aan negatieve, schreeuwende
politici. Hij wil vooral weten
hoe de partijen de problemen
gaan aanpakken.
Iets wat de universiteiten niet
onderzochten, maar wat ook een studie verdient, is
de vraag welke rol het VRT-programma ‘De slimste
mens van de wereld’ speelde in de verkiezingscampagne.
Terwijl LDD en Open Vld met modder naar
elkaar gooiden, zat N-VA-voorzitter Bart De Wever
elke avond in het meest bekeken tv-programma van
de VRT. Bart De Wever had het imago van een norse,
rabiate Vlaming. In dat programma konden de
Vlamingen een andere N-VA-voorzitter ontdekken:
een uitermate intelligente, erudiete en onderkoeld
humoristische man.
Zijn populariteit steeg met de dag. Ook de kijkcijfers
vaarden er wel bij. En daarom dringt zich de
volgende vraag op: heeft de VRT omwille van het
effect De Wever hem met opzet zo lang mogelijk in
het programma gehouden door hem die vragen te
stellen die aanleunden bij zijn interessesferen en op
die manier voor een stukje bijgedragen hebben aan
zijn verkiezingsoverwinning. We weten het niet. Een
studie zou kunnen helpen.
Een vermindering van de groeinorm
van 4,5 procent bovenop
de inflatie in de gezondheidszorgen.
Een afslanking van
het federale ambtenarenkorps
met 15.000 tot nog maar 65.000
ambtenaren over tien jaar. Het
duurder maken van de dienstencheques
met een halve euro
om uit te komen op 8 euro per
cheque. Het optrekken van de roerende voorheffing
van 15 naar 25 procent op spaarboekjes. Het optrekken
van taksen en accijnzen op diesel.
Allemaal voorstellen die de afgelopen dagen de
revue passeerden in het kader van de opmaak van
de begrotingen 2010 en 2011. Ze werden allemaal één
na één afgeschoten. De ene keer door de liberalen,
de andere keer door de socialisten. Enkel de christendemocraten
van de CD&V hielden zich min of
meer gedeisd. Zij liggen dan ook in het midden van
het bed. En ze leveren met Herman Van Rompuy
de eerste minister.
Het is van alle tijden dat bij de opmaak van begrotingen
proefballonnetjes worden opgelaten. De ene keer
gebeurt dat om de reacties van de publieke opinie te
testen. Vallen die mee, dan kan de maatregel alsnog
worden doorgevoerd. De andere keer wordt de maatregel
gelekt om ze op voorhand onmogelijk te maken.
Bij deze begrotingsopmaak doet er zich blijkbaar
een nieuw fenomeen voor: men laat proefballonnen
op over maatregelen die niet
eens op de regeringstafel lagen.
Kwestie van zich op voorhand
te profileren en punten te scoren
op de kap van een begroting
waar toch geen eer mee valt te
halen.
Onze dames en heren politici
moeten vooral doen wat ze niet
laten kunnen. Maar schieten ze
er ook iets mee op? We dachten van niet. Het maakt
het begrotingswerk alleen maar moeilijker. En het
haalt de geloofwaardigheidvan de politiek verder
onderuit. De verkiezingsresultaten zijn er naar.
Vroeger volstonden twee van de drie traditionele
politieke families om een meerderheid te vormen.
Nu zijn ze al alle drie nodig. Straks zal ook dat niet
meer volstaan.
Dat is hun probleem. Ons probleem is dat de
staatsfinanciën totaal ontspoord zijn. Dat legt een
hypotheek op de economische ontwikkelingen in het
land en op onze sociale zekerheid; onze pensioenen,
gezondheidszorgen en uitkeringen. Het probleem
is enkel op te lossen wanneer alle politieke partijen
hun taboes loslaten en constructief naar oplossingen
zoeken. Maar dat is te veel gevraagd. Onze
politici kunnen dit niet aan. Ze hebben zich met al
hun verklaringen vastgereden in hun doodlopende
ideologische vooroordelen. De afrekening zal pijnlijk
zijn. Voor hen. En helaas ook voor ons.
Vicepremier en minister van
Ambtenarenzaken Steven Vanackere
zei het als eerste, toen
ging het quasi onopgemerkt
voorbij. Minister van Economie
Vincent Van Quickenborne
herhaalde het gisteren, meteen
was het kot te klein. De christelijke
en socialistische overheidsvakbonden
kropen in hun pen
om te stellen dat er géén sprake kan zijn van een
vermindering van het aantal federale ambtenaren
met 15.000 personen over een periode van tien jaar.
Integendeel, er moet personeel bijkomen. Nu zijn
er circa 80.000 federale ambtenaren. In het totaal
werken er 770.000 mensen voor de verschillende
overheden samen, waarvan 425.000 in de administratie.
Daarnaast is er ook veel onderwijzend
personeel.
In vergelijking met Nederland, Duitsland en Frankrijk
heeft België in verhouding veel meer ambtenaren.
Dat is een oud zeer. Het begin van het probleem
dateert van de jaren zeventig toen als gevolg van de
oliecrisis veel ambtenaren werden aangeworven om
de werkloosheidscijfers enigszins onder controle te
houden. Het leidde mee tot de ontsporing van de
begroting in de jaren tachtig. Een tweede verklaring
is onze staatsstructuur met veel beleidsniveaus: gemeenten,
provincies, gewesten en gemeenschappen
en de federale overheid, met elk hun administratie.
Een derde vaststelling is dat de
toename van het aantal ambtenaren
de jongste jaren vooral
op lokaal niveau gebeurde. Elke
burgemeester probeert te scoren,
neemt nieuwe initiatieven.
Daar hangt wel een prijskaartje
aan dat onbetaalbaar dreigt te
worden.
België heeft veel ambtenaren.
Dat zou nog aanvaardbaar zijn indien de dienstverlening
aan de bevolking ook beter zou zijn. Dat
is niet zo, zeker niet wanneer we vergelijken met
Nederland. Een afslanking en hervorming van het
overheidsapparaat dringt zich dan ook op. Beter
doen met minder mensen moet kunnen. Een meer
efficiënte overheid is overigens ook van belang voor
onze concurrentiepositie. Internationale bedrijven
die willen investeren, kijken naar die efficiëntie van
het overheidsapparaat. Minder ambtenaren betekent
ook minder overheidsbeslag en meer ruimte voor de
privé om te investeren.
De verschillende overheden hebben de omstandigheden
mee om af te slanken. Veel ambtenaren gaan
de komende tien jaar met pensioen. De verschillende
overheden moeten daar samen afspraken over maken.
Uiteraard moet er vooral afgeslankt worden in de
administraties en diensten met veel te veel personeel.
De nieuwe aanwervingen moeten dan weer gaan naar
de diensten die onderbemand zijn.
Zondag 18 oktober spreken
de Antwerpenaars zich in een
referendum uit over de Oosterweelverbinding.
Met het
naderen van dat referendum
laaien de emoties hoog op.
Burgemeester Patrick Janssens
(sp.a) van Antwerpen en BAMvoorzitter
Karel Vinck willen
zelfs niet meer debatteren.
We lopen weinig risico waneer we nu al voorspellen
dat het referendum een ‘neen’ zal opleveren.
Waarna de discussies opnieuw kunnen beginnen.
Want hoe moet men de afwijzing interpreteren? Als
een afwijzing van de hele Oosterweelverbinding? Als
enkel een neen aan de Lange Wapper? Als een keuze
voor het alternatieve tunneltracé? Als een pleidooi
voor een nieuwe combinatie tunnel-tracé? Allemaal
vragen, eerst voor het Antwerps stadsbestuur dat een
advies moet geven over de bouwvergunning van de
Oosterweelverbinding. En daarna voor de Vlaamse
regering die moet beslissen wat ze met dat advies
doet. Dat kan/zal de Vlaamse regering verdelen:
CD&V en N-VA zijn voor, sp.a is tegen.
Van op een afstand bekeken zouden we kunnen
zeggen dat het altijd hetzelfde is met die Antwerpenaars.
De Vlaamse regering legt een grote zak
vol geld op de Antwerpse tafel om een project te
realiseren, waarna de Antwerpenaars ruzie maken.
Dat was het geval bij de heraanleg van de Leien.
Dat was het geval met de bouw
van een nieuw voetbalstadion
naar aanleiding van het Europees
voetbalkampioenschap
Euro 2000. Het stadion kwam
er niet. Dat is nu opnieuw het
geval met de Oosterweelverbinding.
Mede omdat Patrick
Janssens en de sp.a eerst voor
de verbinding waren, daarna
hun jas keerden toen er steeds meer verzet rees tegen
de BAM-plannen. Janssens zegt dat hij nog de enige
is die de belangen van de Antwerpenaars verdedigt,
hij wil ook na 2012 burgemeester blijven.
We zouden ons ook kunnen afvragen waarom enkel
de Antwerpenaars zich mogen uitspreken. Het gaat
uiteindelijk om Vlaams geld. En het gaat om een
verbinding die alle Vlamingen aanbelangt. We gaan
hier geen beroep doen op het gezond verstand van de
Antwerpenaars. Wie zijn wij. Het zou ook niet helpen,
Antwerpenaars weten het toch beter. Overigens, we
begrijpen ook dat de Antwerpenaars in eerste instantie
bekommerd zijn om hun leefbaarheid.
Maar zo
kan het niet verder. Laat het referendum doorgaan,
de uitslag heeft in feite al geen belang meer. Daarna
moeten de politici opnieuw hun verantwoordelijkheid
nemen en snel een oplossing uitwerken voor
de ontsluiting van de economische hoofdstad van
Vlaanderen. In het belang van Antwerpen en bij
uitbreiding van heel Vlaanderen.
Onze gevangenissen puilen
uit. Grosso modo kan men
zeggen dat er een kwart méér
gevangenen dan cellen zijn.
Dat geeft veel problemen in de
gevangenissen. Het is een oud
zeer.
Een van de verklaringen voor
dit gegeven is dat in onze
gevangenissen veel mensen in
voorhechtenis zitten. Van de circa 10.000 gevangenen
zitten er ongeveer 4.000 in voorhechtenis in afwachting
van de verdere afwikkeling van het onderzoek
en hun eventueel proces.
Het probleem van het grote aantal mensen in voorhechtenis
is weer helemaal actueel naar aanleiding
van de aanhouding van Luc Vansteenkiste, grote baas
van Recticel en voormalig voorzitter van de Belgische
werkgevers. Hij wordt verdacht van misbruik van
voorkennis bij de verkoop van Fortis-aandelen. We
spreken ons niet uit over deze zaak. Het onderzoek
zal wel aantonen wat er aan de hand is. Mocht Luc
Vansteenkiste inderdaad in de fout zijn gegaan, dan
zal hij gestraft worden.
Maar was het ook nodig om hem aan te houden en in
voorhechtenis te plaatsen? Luc Vansteenkiste wordt
verdacht van feiten die zich exact een jaar geleden
voordeden. Het onderzoek tegen zijn persoon loopt
al langer. Indien de voorhechtenis bedoeld is om te
voorkomen dat hij mogelijke bewijsstukken vernietigt
en/of mogelijke getuigen
informeert of zelfs onder druk
zet, dan komt deze voorhechtenis
te laat. In dat geval is het
de vraag of de voorhechtenis
niet bedoeld is om Luc Vansteenkiste
onder druk te zetten.
Volgens de bekende advocaat
Hans Rieder is dat dagelijkse
praktijk. Ook de Orde van
Vlamse Balies protesteerde gisteren terecht tegen
deze vorm van machtsmisbruik.
Er is nog een tweede verklaring waarom zoveel
mensen - die allemaal verondersteld worden onschuldig
te zijn tot het bewijs van het tegendeel - in
voorhechtenis zitten. Die werd gisteren aangekaart
door de Orde van Antwerpse advocaten. Omdat onze
gevangenissen overvol zijn, worden gevangenisstraffen
van minder dan drie jaar niet meer uitgevoerd,
uitgezonderd wanneer het gaat op zedenfeiten
of bij recidive. Dat heeft twee gevolgen.
Rechters
spreken zwaardere straffen uit, zodat de schuldigen
minstens een deel van hun straf zouden uitzitten.
En onderzoeksgerechten nemen meer mensen in
voorhechtenis. In dit geval kunnen we spreken van
voorhechtenis als voorschot op een mogelijke straf
na een mogelijke veroordeling. Maar wat als er uiteindelijk
helemaal geen veroordeling volgt?
Dit alles kan niet. Het gerecht moet zich als eerste
aan de regels houden. Anders wordt recht krom.
Dit weekend legt de Vlaamse
regering de laatste hand aan
haar begroting 2010. Die wordt
maandag voorgesteld, wanneer
het Vlaams Parlement voor
het eerst opnieuw bijeenkomt
in plenaire zitting. Ook de
federale regering buigt zich dit
weekend over haar begroting
voor volgend jaar, maar pas
voor het eerst met alle regeringspartijen samen.
Zij
heeft iets meer tijd, Kamer en Senaat komen pas de
tweede dinsdag voor het eerst plenair bijeen.
De opmaak van de begrotingen voor volgend jaar
kondigde zich al als uiterst moeizaam aan. Zeker
voor de federale regering. Die moet 65 procent van
de inspanningen leveren om tegen 2015 opnieuw
een begroting in evenwicht te hebben. Anders dreigt
er tegen dan een tekort aan van 25 miljard euro
of 7,5 procent van het bruto binnenlands product.
Maar al bij al valt het nog mee. Dat komt omdat alle
regeringen vorige week samen afspraken om de inspanningen
geleidelijk op te bouwen. Het maakt dat
de federale regering in 2010 voor slechts 1,2 miljard
euro aan maatregelen moet nemen. Bovendien denkt
ze vooral aan nieuwe inkomsten zoals een heffing
voor de elektriciteitsproducenten in ruil voor het
langer openhouden van de kerncentrales.
Hier valt iets voor te zeggen. Te forse besparingen en/
of belastingen voor burgers en bedrijven kan nefast
zijn voor de nu al kwakkelende
economie. Toch moet men zich
de vraag durven stellen of de
verschillende regeringen - in
het bijzonder de federale en de
Waalse - niet beter nu al méér
zouden doen. Wat nu al gedaan
is, brengt ook de volgende jaren
opnieuw op. Tenminste als het
om structurele maatregelen
gaat. Nu wordt het gros van de inspanningen verschoven
naar de periode 2012-2015, dus naar de
volgende regering? Het houdt ook het risico in van
een verloren begrotingsjaar. In 2011 zijn er verkiezingen
voor Kamer en Senaat. Verkiezingsjaren zijn
geen goede begrotingsjaren.
Daarom een pleidooi om in de mate van het mogelijke
nu al een tandje bij te steken. Plus een oproep om
zich niet enkel te focussen op de begroting op zich,
maar op de volledige achterliggende problematiek
van onze belabberde staatsfinanciën. Hét Belgisch
probleem bij uitstek is onze werkzaamheidsgraad
(62,4% in België, 66,5% in Vlaanderen, 57,2% in Wallonië,
55,6% in Brussel, 65,9% in EU), is het gegeven
dat te weinig mensen werken. Meer mensen aan het
werk krijgen moet de prioriteit zijn. Dat betekent
automatisch meer inkomsten en minder uitgaven
voor de overheid. Het is ook de beste waarborg om
onze gezondheidszorgen en pensioenen betaalbaar
te houden in de tijd.
Er is goed nieuws. Zinkverwerker
Nyrstar in Balen gaat
de productie aan het eind van
deze maand geleidelijk weer
opstarten. De productie zal er
dan tien maanden lang hebben
stilgelegen.
Er is nog meer goed nieuws.
De financiële directeurs over
de hele wereld zien de toekomst
weer wat rooskleuriger. Voor het eerst in een dik
jaar zijn er weer meer optimisten dan pessimisten
onder de chief financial officers, zeg maar financieel
verantwoordelijken in het bedrijfsleven.
Veel minder goed nieuws kwam er gisteren van bij
gresbuizenproducent Keramo Steinzeug in Hasselt.
Door de crisis heeft het bedrijf lijdzaam moeten
toezien hoe de investeringen in rioleringen werden
uitgesteld en afgevoerd. Vooral in het Midden-
Oosten - waar Keramo een belangrijke positie had
uitgebouwd - vielen de bestellingen als een baksteen
naar beneden. Liefst 25 weken werd de productie in
Hasselt stilgelegd. Maar uiteindelijk heeft de directie
toch moeten beslissen om de tering naar de nering
te zetten.
Waar iedereen al een paar dagen voor
vreesde, werd gisteren aangekondigd tijdens een
bijzondere ondernemingsraad: 119 jobs worden in
Hasselt geschrapt, nog eens zoveel jobs gaan verloren
in de twee Duitse zusterbedrijven van Keramo in
Frechen en Bad Schmiedeberg. Een drama voor
evenveel families. Het Hasselts
bedrijf, dat in 1957 ontstaan is
uit de wegenbouwer Kumpen,
ziet zijn personeelsbestand
daardoor gehalveerd.
Nochtans heeft Keramo met
zijn gresbuizen een product van
wereldklasse in huis. Jawel, een
gresbuis is veel meer dan een
bruine, holle buis uit gebakken
klei. Je mag het best een duurzaam, technologisch
topproduct noemen. Gresbuizen gaan immers
veel langer mee dan buizen uit (gewapend) beton
of pvc. Ze zijn het best bestand tegen agressieve
chemicaliën en tegen hoge druk. Gresbuizen zijn
zelfs een stuk ‘ecologischer’ dan hun concurrenten
in de rioleringswereld. Alleen, ze zijn ook duurder.
U kan zich voorstellen dat dat in tijden van crisis
een probleem is.
De crisis is dus nog niet voorbij, al krijgen we de
jongste tijd meer en meer te horen dat “het ergste
achter de rug is”. Integendeel, we kunnen ons de
komende weken en maanden aan nog meer verhalen
zoals dat van Keramo verwachten. De economie
trekt misschien weer wat aan, maar dat gebeurt niet
overal en in alle sectoren aan hetzelfde tempo. De
wereldstaalreus ArcelorMittal bijvoorbeeld verwacht
dat het voor hen pas in 2011 beter zal gaan.
Wij zijn dus nog niet door de zure appel heen. Het
lijkt bovendien een erg dikke appel te zijn.