Vond een oude nieuwjaarsbrief in een doos met foto’s van lang geleden. Nieuwjaarsdag 1964. M’n jongste las over mijn schouder mee: “Papa, dat is net mijn handschrift!” reageerde hij geestdriftig.
* * *
Zeer lieve Ouders Reeds lang heb ik getracht Naar deze dag. Ik ben er fier over dat ik u heden mijn wensen voor het nieuwe jaar mag aanbieden.
* * *
Naar jaarlijkse traditie blader ik voor het jaareinde door mijn rode notitieboekjes van de afgelopen maanden, voor een eigenzinnig jaaroverzicht. Dingen die ik genoteerd heb, maar die niet altijd in de columns terecht kwamen.
* * *
Lieve Pappie en Mammie aan het kerstkindeke Heb ik voor u gevraagt: Een goede gezondheid veel geluk in uw huisgezin en in uw ondernemingen. Ik ben er van overtuigt dat het lieve Jezuke, mijn smeekbeden zal verhoren.
* * *
In m’n eerste boekje van 2008 (januari tot maart), noteerde ik dat 8.000 ton CO2 op nieuwjaarsdag – door het ontkurken van champagneflessen in de VS – de atmosfeer ingestuurd wordt. Door de recessie gaat dat dit jaar misschien nog wat meevallen. Elk nadeel heb ze voordeel.
Enkele bladzijden verder een mysterieuze notitie: ‘Bent u een humoristisch man of een ernstig? Antwoord: dat is hetzelfde.’
Volgende bladzijde: het begrip ‘Potemkin-dorp’. Toen Catharina de Grote in de Krim rondtoerde, zag ze vanuit haar rijtuig niets dan mooie dorpjes met gelukkige mensen. Allemaal nep. Grigori Potemkin bouwde de façades uit karton om de armoede en ellende voor de keizerin verborgen te houden. Dezelfde Potemkin naar wie de kruiser van de opstand in 1905 genoemd werd en van de beroemde film van Eisenstein. Tweede notitieboekje (maart-april).
Tentoonstelling Paul Klee in Brussel – de uitleg bij elk schilderij was te letterlijk; er stond gewoon op wat wij ook met onze eigen ogen zagen: ‘Dansende man met masker en hoed’. Viel niets van te leren.
Het woord voor ‘zacht’ in het Duits – ‘zart’ – klinkt zo hard.
Pakkend boekje gelezen – ‘The boy in the striped pyjamas’ van John Boyne. Er zou nu ook een film van bestaan. Kan nooit zo goed zijn als het boek, dat geschreven werd in de taal van een negenjarige. Een film in de taal van een kind, dat kan toch niet? Leve het boek!
Ook iets over het ‘Chinese Labour Corps’ in Poperinge gelezen. Niet zo bekend dat in de Eerste Wereldoorlog tweeduizend Chinezen bij ons sneuvelden.
Derde boekje (april-augustus). Aan het eind van een babbeltje op Heathrow met een jongeman uit de Seychellen, bedank ik hem voor het gesprek omdat ik daar heel lang moederziel alleen zat te wachten. Hij: “You are never alone.” Woorden die nog altijd nazinderen. Op een menu in Arizona zie ik een gerecht dat ‘Steak ala (sic) Helena’ heet.
In het vliegtuig kijk ik naar een kaart van Europa in het Spaans – de hoofdstad van Zweden (‘Suecia’) is ‘Estocolmo’. Aan de indiaanse Navajo-vrouw aan de balie van het hotel in Kayenta, Arizona – ze draagt een naamkaartje – vertel ik dat mijn moeder dezelfde voornaam heeft. De mevrouw weet niet wat ze met die opmerking van me moet. Ik heb spijt dat ik iets gezegd heb.
Een Duitse wetenschapper uit de zeventiende eeuw beweerde dat alles wat brandbaar is ‘flogiston’ bevat – een stof die tijdens het verbrandingsproces zou vrijkomen. De naam ‘Seydou Keita’. Al maanden op zoek naar een boek over het werk van deze Afrikaanse fotograaf.
Vierde (augustus-november). De woorden ‘attoseconde’ en ‘yoctoseconde’ genoteerd. Het eerste is een triljoenste van een seconde, ofwel de tijd die het licht nodig heeft om de afstand van de doorsnede van drie waterstofatomen achter elkaar af te leggen. Honderd attoseconden is de kleinste eenheid van tijd die ooit door de mens gemeten werd. Gebeurde in februari 2004. Een yoctoseconde is nog korter, een ‘éénquadriljoenste’ van een seconde.
Op een herfstdag maakte ik de bedenking dat een stukje schrijven het tegenovergestelde is van beeldhouwen – geen hak-, maar plakwerk. Enkele bladzijden verder schreef ik: ‘De peer valt ook niet ver van de boom.’
In het station van Rijsel (‘Lille Europe’) keek mijn jongste naar een bord met de naam van het station: “Zijn wij nu in ‘little Europa’, papa?”
Een Spaanse dienster in het restaurant vertelt over haar liefde voor Barcelona. “Waarom woont u dan in Londen”, vraag ik haar. “We make difficult choices sometimes”, antwoordt ze.
Vijfde (november-december). Argaanolie. Documentaire op Arte over vrouwen in Marokko die noten van de argaanboom met de hand tussen platte stenen malen. Nooit van deze olie gehoord. Er was iets beklemmends aan het verhaal. Afwezigheid ook van mannen. Enkele weken geleden stond ik in Delhaize naar flesjes argaanolie te kijken – ‘lekker bij alle gerechten’. Achttien euro kost een klein flesje – te duur. Ik dacht aan de vrouwen in de woestijn, en aan het malen der stenen. Op de BBC, uit de mond van iemand van Yorkshire die na de arbeid dorst heeft gekregen: “I’m ready for a pint for me tea.” Een pint bier als thee? ‘Tea’ kan daar ook ‘avondmaal’ betekenen, vandaar. Only in England...
In dit notitieboekje probeerde ik verschillende openingsparagrafen voor mijn duizendste column. Mijn lijst met namen staat er ook in. Een week na m’n duizendste herinnerde ik me al een vijftal nieuwe namen die ik vergeten was...
Dankzij ‘Facebook’ heb ik mijn oude vriend Sassan twee weken geleden teruggevonden. In een column schreef ik enkele maanden terug dat ik na tien jaar mijn zoekactie had stopgezet. Nadat ik op BBC-World Radio hoorde hoe Facebook een geweldig zoekinstrument is, waagde ik een ultieme poging, met succes dus.
Op de laatste bladzijde van mijn rood notitieboekje staat dat ik mijn nieuwjaarsbrief van 1964 teruggevonden heb.
* * *
Daar ik later ook een deftig man wil worden beloof ik u, lieve Pappie en Mammie steeds mijn best te doen in de school en me steeds goed te gedragen opdat dan gij ook zeer tevreden zoud zijn over uw zoon
Uw zeer genegen Frans
Happy New Year en tot ziens.


Reacties