Ik gaf de oude taxichauffeur ons adres. Ik schaamde me voor mijn gebrekkig Spaans. Hij glimlachte zijn gele tanden bloot. Even leek hij op mijn betreurde vriend Julius. Hij antwoordde ‘ógéej’. Het duurde een ogenblik vóór ik begreep dat hij net ‘oké’ had gezegd – zijn imitatie van de Amerikaanse uitspraak van het woord. Hij zou het nog vaak herhalen: ‘ógéej’.
* * *
Nog geen krokus in onze tuin in bloei en toch was het al krokusvakantie. Enkele groene scheuten misschien, maar dat telt niet.
* * *
Op de luchthaven van Barcelona zei m’n zoon plots: ‘Kijk daar papa, Concentra!’ Waar had hij het over? Hij wees naar de rug van een poetsvrouw. De naam ‘Concentra’ stond achter op haar hemdje geborduurd. Ik liep haar na en legde uit waarom ik een kiekje van de naam ‘Concentra’ op haar rug wilde nemen. Ze vond het geweldig en wees naar haar emmer en dweil en dan naar mij: “‘Jij dáár in Belgica bij Concentra, en ik hier!”
* * *
De oude taxichauffeur hield niet van stilte in zijn auto. Hij praatte de hele tijd. Dat ik in zeer pover Spaans antwoordde, vond hij geen probleem. Af en toe maakte hij de opmerking dat een woord dat ik gebruikte eigenlijk Italiaans of Frans was, maar dat hij het toch goed had verstaan. In feite sprak ik een soort Latijn, maar dat kreeg ik hem niet uitgelegd in dat Latijn van mij.
‘Julius’ werd er niet door ontmoedigd. Hij begon aan een nieuw verhaal: “In het Catalaans – de taal van Barcelona – zeggen ze ‘formatge’ voor ‘kaas’ (uitspraak ‘formatsj’); in het Frans ‘fromage’; in het Italiaans ‘formaggio’ en in het Castilliaans (Spaans) ‘queso’.” Ik knikte. Strategisch pauzeerde hij nu even voor hij me de ‘punchline’ verklapte: “En in het Hollands is dat... ‘káááás’!” Hij vond zijn eigen grap geweldig. Weer de gele tanden bloot. Julius... Zijn blik ging plots naar iets in het verkeer, dan terug naar mij. “Ogéej,” zei hij, om me gerust te stellen.
* * *
De metrotrein stopte in een station dat ‘Paral•lel’ heette, met een wat vreemde punt in het midden van het woord. Iets Catalaans, vermoedde ik. In Barcelona is iedereen bereid je in het Spaans te helpen, maar Catalaans is de voertaal. Dat de ene taal ‘Catalaans’ heet en de andere ‘Castilliaans’ kan verwarring scheppen.
Het viel me op hoeveel mensen in Barcelona nu Engels verstaan in vergelijking met toen ik hier tien jaar geleden was.
Catalaans, de moedertaal van tien miljoen mensen in het noordoosten van Spanje, op de Balearen, Andorra en merkwaardig genoeg ook in de stad Alghero, op Sardinië, in Italië. Catalaans lijkt soms wat op Frans - ‘mercès’ voor ‘dank u’ en ‘si es plau’ (zoals ‘s’il vous plait’) in plaats van het Spaanse ‘por favor’.
* * *
In het muziekwinkeltje op de Ramblas - ‘Casa Beethoven’ - praatte ik met de eigenaar van de zaak. Hij sprak goed Engels, maar toch had ik niet de indruk dat hij me echt begreep. Ik vertelde hem dat ik tien jaar geleden in zijn zaak was en toen een pianopartituur van Bach had gekocht. Hij reageerde niet. Ik vertelde hem dat ik een souvenir voor mijn pianolerares zocht, en dat zij zielsveel van Mozart houdt. Hij doodernstig: “Mozart is gestorven, weet u.” Ik begon wat te lachen, dacht dat hij een grapje maakte. Maar zijn blik bleef op serieus. We stonden bij elkaar, maar praatten naast mekaar. Paral•lel.
Ik keek nog even in zijn boekenkast. Er stond een interessant werk over Bach en over contrapunt, de kunst van het naast elkaar plaatsen van noten - ‘punt tegen punt’. Spijtig genoeg in het Catalaans... of Castilliaans.
* * *
Ik zocht thuis op het internet naar de betekenis van zo’n punt tussen twee letters ‘l’. In het Catalaans heet dat een ‘punt volat’ (een vliegend punt). De technische naam is ‘interpunct’, nog iets anders dan ‘contrapunt’. Soms wordt een interpunct vervangen door een koppelteken of een gewone punt, als een vliegend puntteken niet ter beschikking is. Het teken dient om duidelijk te maken dat de dubbele ‘l’ niet als één klank uitgesproken wordt, maar dat elke ‘l’ apart bij een andere lettergreep hoort.
In het metrostation zag ik ‘Paral•lel’, op de bus ‘Paral.lel’ en op mijn kaart ‘‘Paral-lel’. Vormen die langs elkaar mogen leven en bestaan. Paral•lel.
* * *
We zochten de weg naar de 'Mansana de la Discòrdia', van Gaudi. Ik vroeg de weg. De man draaide mijn kaart tweemaal om en wist het toen ook niet meer. Een mevrouw hield de kaart ook ondersteboven – iets typisch voor Barcelona? Zij dacht dat we er vlakbij stonden. Maar waar was het dan? Ik zag een postbode, die móest het weten. “Mansana de la Discòrdia,” herhaalde hij en dacht na: “Hier links, dan rechts, andere kant van de straat terug rechts en daar... daar zal u het postkantoor vinden.” Het postkantoor?
* * *
In de buurt van Gaudi’s ‘Sagrada Família’ kocht ik in een boekenzaak een Engelse vertaling van Borges’ ‘Ficciones’. Het nieuws van die ochtend dat Mozart gestorven was en de onmogelijkheid om de 'Mansana de la Discòrdia' te vinden terwijl we er volgens de kaart vlakbij stonden, gaf me het gevoel dat we ons in een soort parallelle wereld bevonden. Wie beter dan Borges om ons door dit labyrint te helpen?
* * *
Ik zou ‘Julius’ nog vier keer zijn kaasverhaal horen vertellen vóór we uit zijn taxi stapten. Het paste helemaal bij het ‘parallele•wereld•gevoel’ van onze dag: “‘Formatge’, ‘fromage’, ‘formaggio’, ‘queso’ en... ‘Káááás’!” Gele tanden. Lachen! Julius kon ons niet tot aan ons hotel brengen, er was een betoging. Massa’s volk. Straten versperd. Politie. Bommetjes. Rook. Ik schoot kiekjes van het tumult. M’n vrouw en kinderen waren bang. De betogers liepen aan de ene kant van de straat, wij aan de andere. Waar betoogden ze eigenlijk tegen? Niemand kon het mij uitleggen. Naast mekaar. Paral•lel... ‘Ogéej’?
Good luck en tot ziens.

Reacties