Beetje vreemde ervaring woensdag toen ik m’n krant begon te lezen. De stukjes met reacties van mensen in Amerika over hun nieuwe president trokken mijn aandacht. Leefde dat nieuwsitem nog altijd? Zelfs het hoofdartikel ging over de nieuwe bewoner van het Witte Huis. Ik was niet meer mee. Pas toen ik de ingeving kreeg om de datum van m’n dagblad na te kijken, snapte ik het. Hoe was een drie weken oude krant bovenop mijn stapel leesvoer terechtgekomen?
* * *
Onlangs hoorde ik hoe - tot in het midden van de negentiende eeuw - boeren in landelijke gebieden van Frankrijk een soort winterslaap hielden. Maandenlang kwamen ze nauwelijks buiten, bleven in hun bed behalve om een stuk brood te eten of iets te drinken. Pas als het warmer werd en er weer werk aan de winkel was, hernam zich het normale ritme van werken en slapen. In 2009 lijkt ons dat een geweldig tijdverlies, zo’n winterslaap.
Iemand uit Estland aan wie ik dit vertelde, herkende het fenomeen dadelijk – ’s winters zijn in haar stadje de straten nog altijd leeg en doden de mensen de tijd door in bed te liggen wachten op de lente.
Eeuwenlang bestond deze vorm van menselijke hibernatie. In welke mate maakt zo’n fenomeen dan deel uit van de psyche? Beantwoordt het aan een behoefte die misschien nog altijd bestaat? Door de hele winter voort te werken en te doen alsof de elementen ons niet kunnen deren, zijn we vandaag het contact met een eeuwenoud ritme verloren.
* * *
Het ging rond, de griep. Maar dat ikzelf ook door het virus zou gevonden worden, had ik niet zien aankomen. Zelden zo ziek geweest. Ik dacht dat ik op een dag of drie, vier – zoals dat in het verleden het geval was – weer de oude kon zijn, maar dat was deze keer niet het geval.
Ziek zijn vind ik minder erg als ik kan lezen, maar door deze griep waren mijn ogen verzwakt en kon ik alleen met de grootste moeite woorden ontwaren. Onbegonnen werk. Mijn zonen maakten de brievenbus voor me leeg. Rekeningen, kranten en oud papier, het kwam allemaal op één hoop terecht.
Ik sliep ’s nachts, ’s ochtends en ’s namiddags. Zoals een baby’tje. M’n vrouw kwam af en toe langs met mijn medicijnen en soms ook met een toastje of een glas water. Het leek me allemaal de normaalste zaak – ik leefde in een soort droomwereld, was niet helemaal op dit ondermaanse aanwezig, wachtte gewoon af wat komen moest. Zoals een baby’tje.
Pas toen ik me een beetje beter begon te voelen, drong het tot me door in welke mate ik in een infantiliseringsproces terechtgekomen was, en begon ik me te verzetten. Gisteren heb ik voor het eerst weer gewone kleren aangetrokken, maar voor mijn pianoles met Mieke was ik nog niet gezond genoeg. Vandaag zat ik al mee aan tafel en morgen - als het weer een beetje meevalt – zet ik een stapje buiten.
Willens nillens heb ik mijn winterslaap dus gehad. Tijd om na te denken, over het afgelopen jaar en over wat komen gaat.
* * *
Ik ben weer bij met mijn lectuur van de kranten van de afgelopen weken. Ik las bijvoorbeeld dat Delhaize en Unilever in een soort commerciële oorlog verwikkeld zijn. U ziet, ik ben op de hoogte! Stel ik me de vraag hoe erg het voor een klant van Delhaize is nu de Zwanworstjes van de schappen verdwenen zijn.
* * *
Gedeelde smart is halve smart wordt wel eens gezegd. Maar toen mijn vrouw maandag ook ziek werd, leek de smart eerder verdubbeld te zijn. Gaan winkelen, koken of helpen bij het huiswerk van de kinderen, het zat er niet meer in voor ons beiden.
De zonen stelden me gerust – “Wij kunnen het ook zonder jullie redden, papa!” In andere omstandigheden zou die opmerking me verontrust hebben, maar nu was ik eerder opgelucht. Ik maakte een boodschappenlijstje – twee flessen melk, een brood, bananen, appels en iets dat ze zelf mochten kiezen als beleg voor de boterham.
Ik zag ze door de straat lopen met hun grote winkelzakken – de één een kop kleiner dan de ander. Het pakte me. Pas na een uur waren ze terug. Waarom duurde dat zo lang? Alles zat in de zakken. Zij wat trots. Ze hadden hard moeten zoeken, legden ze uit. Dat ze voor het beleg van hun boterham precies dezelfde Hollandse kaas hadden gekozen die al in de ijskast lag, vonden ze helemaal normaal.
* * *
Een door griep opgelegde winterslaap geeft je de kans om intiem kennis te maken met het ritme van je huis en van de andere huisbewoners. Je hebt 24 uur op 24 de tijd om het allemaal zonder onderbreking te volgen. Leerrijk. Zo had ik bijvoorbeeld vroeger nooit gemerkt hoe onze hond zich verbonden kan voelen met haar zieke baasje. Normaal kan je Noola altijd op haar vaste stekken vinden - tussen de voordeur en de trap, langs de keukendeur of onder de televisie. Maar nu kwam ze – overal waar ik was - vlak bij me liggen. Het ontroerde me. Onze hond woont al bijna zeven jaar onder ons dak, maar nu pas begreep ik hoe zij zichzelf in ons gezin wil nuttig maken. Niet alleen slapen, eten, slapen, maar af en toe ook op een vreemdeling blaffen om ons te beschermen en het baasje troosten als hij zich niet lekker voelt. Als ik niet ziek was geworden had ik het niet geweten.
Als ik niet ziek was geworden, had ik ook niet geweten hoe zelfstandig mijn zonen nu al zijn - boodschappen doen, potje koken, huiswerk zelf maken. Fluitje van een cent. Misschien dat ik volgende winter dat allemaal kan leren door op eigen initiatief een paar dagen binnen te blijven of in bed te kruipen, zonder daartoe door ziekte gedwongen te worden.
In 2009 lijkt ons dat een geweldig tijdverlies, zo’n winterslaap. Ten onrechte.
Good luck en tot ziens.

Reacties