Ik kan het boek niet wegleggen. Het is al een stuk in de nacht. Wat een ontdekking. Het verhaal gaat over een zoektocht naar een Duitse schrijver met de onwaarschijnlijke naam Benno von Archimboldi. Het boek is een soort detective waar niet naar moordenaars of skeletten, maar naar een auteur gezocht wordt.
Het is al twee uur, op de radio hoor ik het laatste nieuwsbericht van de nacht. M’n oude vriend Rik Tyrions - we studeerden samen in Leuven - vertelt wat er die dag in de wereld gebeurd is. Hoe zou het met Rik gaan? Hij weidt wat uit over een ontdekking van een mammoet in Los Angeles. In een teerput is woensdag een volledig skelet gevonden. Het kreeg de bijnaam ‘Zed’, kort voor ‘Zedekiah’. Korte namen lijken in trek voor prehistorische beesten – in Maastricht hebben ze een ‘Bèr’, een mosasaurus.
Ik ken die teerputten van L.A. – de ‘La Brea Tarpits’. Met de skeletten van honderden prehistorische dieren uit die putten hebben ze een heel museum gevuld. Twee jaar geleden stond ik met mijn zonen naar de oliepap van ‘teerput nr. 91’ te kijken – af en toe kwam er wat gas opborrelen. Ploep, ploep. Veertigduizend jaar oude lucht. In het Page Museum schoot ik een kiekje van het laboratorium waar Zed ook zal schoongemaakt worden.
Ontdekkingen in de nacht – een boek over Archimboldi en de mammoet die door een teerput werd opgehoest.
* * *
Afgelopen herfst liep ik met de zonen door de turbinehal van het Tate Modern Museum in Londen. Rondom ons stonden honderden gele en blauwe stapelbedden. Op sommige bedden lagen boeken waar je als bezoeker in mocht lezen. Ik herkende Sebalds ‘Luftkrieg und Literatur’, een tekst waar ik het enkele jaren geleden in deze column nog over had. Een ander werk was een roman met de intrigerende titel ‘2666’, van ene Roberto Bolaño. Speelt zich misschien af in de toekomst, in het jaar 2666, vroeg ik me af. Ik was nieuwsgierig. De tekst was in het Spaans, ik kon er niet veel van maken. Ik nam een kiekje van het boek.
Toen ik thuis kwam, stuurde ik een mailtje naar vriend Marcel, of hij al van die Bolaño gehoord had? Marcel antwoordde: ‘Lang geleden al zijn er dingen van hem in het Nederlands vertaald. Sloeg niet aan. Hoop dat 's mans romantische levenswijze niet in de weg zit. Ben wat wantrouwig geworden. Maar blijf wel nieuwsgierig.’
Ik bestelde het boek. Enkele dagen later arriveerde het in een kartonnen doos uit Amerika – in Europa was het toen nog niet verkrijgbaar. Ik bladerde er wat in. Bijna negenhonderd bladzijden kleingedrukt. Ik probeerde een vijftal bladzijden maar kon me niet in het verhaal vastbijten – iets over academici op zoek naar een auteur... Leek me saai. Ik had spijt dat ik het boek gekocht had.
* * *
En heb je jezelf al gevraagd of jouw hand een hand is, vroeg de stem. Dat heb ik mezelf al gevraagd zei Amalfitano. (Uit: ‘2666’)
* * *
Roberto Bolaño(1953-2003) werd in Chile geboren. Zijn vader was bokser en vrachtwagenchauffeur, moeder lerares. Het gezin verhuisde in 1968 naar Mexico City. Bolaño werd journalist en was ook politiek actief als trotskist. In 1973 reisde hij terug naar Chile om te helpen bij de revolutie van Allende. Hij werd gearresteerd en na acht dagen bevrijd door vrienden die hij nog kende van de middelbare school en die toevallig ook in zijn gevangenis als cipier werkten.
Bolaño doolde daarna rond, leefde in Mexico, El Salvador, Frankrijk, Spanje en Chili. Hij schreef gedichten en stond bekend als een literair ‘enfant terrible’.
In 1977 trouwde hij met een Spaanse, werd vader en vestigde zich in de streek van Barcelona. Hij werkte als bordenwasser, campingbewaker, vuilnisman en loopjongen. Hij schreef nu ook romans, maar was te rebels om in literaire kringen geaccepteerd te worden.
Hij stierf in 2003. ‘2666’ was bijna af. Zes weken voor zijn dood riepen een aantal schrijvers uit Zuid-Amerika hem uit tot de belangrijkste auteur van hun generatie. Hij zou het amusant gevonden hebben als hij wist dat hij na zijn dood zo geapprecieerd zou worden, merkte een recensent van de New York Times op.
* * *
Ballingschap is een natuurlijke beweging, een manier om aan je lot te ontsnappen. (Uit: ‘2666’)
* * *
Ik begon opnieuw aan ‘2666’ na een boekbespreking van iemand die het werk al twee keer gelezen had en er blijkbaar niet genoeg van kon krijgen. Dat was in dezelfde week dat de Californische teerputten hun mammoet hadden uitgespuwd. Een opzienbarende ontdekking. Ook zo het boek.
Bolaño is een geweldige verteller. ‘2666’ leest gemakkelijk en is tegelijk ook complex en spannend. Tegelijk detective en filosofische tekst. Tegelijk politiek manifest en poëzie. Op elke bladzijde onderstreep ik wel iets dat ik niet wil vergeten. Het verhaal speelt zich af in de oude en nieuwe wereld. Er staan prachtige parabels en dromen in. ‘2666’, een roman te rijk om vandaag al samen te vatten. Bolaño, een auteur te boeiend om snel een oordeel over te vellen.
* * *
Hij zat op zijn hotelbed en voor een fractie van een seconde trokken de schaduwen zich terug en ontwaarde hij een korte glimp van de werkelijkheid. Hij voelde zich duizelig en sloot de ogen. Zonder het te beseffen viel hij in slaap. (Uit: ‘2666’)
* * *
Ironisch dat tijdens de week waarin we Darwin herdenken, in de VS - het land van de ‘creationisten’- een mammoetskelet wordt ontdekt dat veertigduizend jaar oud is. Het creationisme gelooft namelijk dat God pas tienduizend jaar geleden de wereld heeft geschapen. Geen toeval wellicht dat de wetenschappers hun mammoet naar de rebelse koning Zedekiah uit het Oude Testament genoemd hebben.
Darwin en Genesis, verhalen over het auteurschap van de wereld. ‘2666’, verhaal over een zoektocht naar de auteur van een wereld van de verbeelding. Is er een verschil? ‘Heb je jezelf al gevraagd of jouw hand een hand is, vroeg de stem.’
Good luck en tot ziens

Reacties