Gisteren begreep ik ineens waar de lachband vandaan komt. We zijn voor het eerst in New York naar de film geweest. En het was geen komedie. Het was een western - Dieter was jarig, vandaar. Het was weliswaar mijn eerste western, maar naar mijn weten is dat toch geen komisch genre. Dat was buiten de New Yorkers gerekend. Vanaf de eerste minuut waren zij enthousiast.
Heel enthousiast. En dat lieten ze blijken. Om de zoveel minuten begon er iemand in de zaal, en meestal meerdere iemanden tegelijk, hardop te lachen. Zo vaak, dat ik me begon af te vragen of ik door het gebrek aan ondertitels misschien iets miste. Maar aangezien er ook een Koreaan heel hard meelachte - ik weet dat hij een Koreaan was, want hij was tot de film begon een Amerikaans- Koreaanse krant aan het lezen - vermoedde ik toch dat er geen sprake was van een taalprobleem.
Lag het dan, gezien mijn onbestaande ervaring met westerns, aan het genre? Dieter is er gek op, dus fluisterde ik: “Is dit zo grappig bedoeld?” Maar volgens mijn persoonlijke expert mikte de regisseur met de scènes waar het New Yorkse publiek zich een kriek mee lachte, toch eerder op een minzame glimlach.
Enige mogelijke conclusie die overbleef: een cultuurverschil. Blijkbaar zijn New Yorkers gewoon hun mening, al dan niet positief, hardop kenbaar te maken. En misschien is dat niet eens zo verrassend, als ik zie hoe ze hun kinderen opvoeden. Voor elke prestatie - van je veters strikken tot links en rechts kijken voor je de straat oversteekt - krijgen kleuters van hun ouders alle lof van de wereld. ‘Good job!’ klinkt het op straat, in de speeltuin, in het park, in de winkel en in de metro.
Een trend die zich voortzet in het volwassen leven. Wie lof krijgt, geeft het ook door. Vandaag vertelde iemand me: “You’re fantastic!” Omdat ik hem zijn bankkaart die hij in de automaat vergeten was, terugbezorgde. Iets wat me in België nooit op meer dan een beleefd en verbaasd dankjewel is komen te staan.
Het enthousiasme is zelfs overgeslagen op de journalisten. Niet bepaald een beroepstak die bekend staat om zijn lofbetuigingen. Voor ik in België aan mijn journalistieke stage begon, vertelde een leerkracht me dat geen kritiek krijgen wil zeggen: je bent goed bezig.
In de Verenigde Staten is eerder het omgekeerde waar. Nieuwslezers uiten hier regelmatig hun enthousiasme over de reporters ter plaatse. Beeld je in dat Martine Tanghe tijdens Het Journaal tegen Goedele Devroy zegt: “Uitstekend verslag, Goedele. Mooi gedaan!.”
En zoals ik al zei, werkt dat aanstekelijk. Ik hoor mijn rustige Limburgse zelf plots overal zeggen: “Dat is fantastisch! Echt geweldig! En maak er nog een schitterende dag van!”
