
"Cyberspace heeft het café als ontmoetingsplaats vervangen", zegt Clo Willaerts, communicatiespecialiste en weblogster. Ze merkt op dat jongeren niet meer op café gaan om te praten over hun werk, schooltijd of familiaal leven. Ze ontmoeten elkaar nu op het internet of via andere nieuwe technologieën, zoals de mobiele telefoon. "De zogenaamde 'derde plek', naast thuis en werk/school is cyberspace geworden. Vroeger was dat de jeugdclub, het café om de hoek of een vereniging".
Willaerts gaf die vaststelling mee tijdens een Blogger's Breakfast in de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt. "Jongeren gebruiken de nieuwe technologieën om met elkaar te communiceren en aan elkaar mee te geven waar ze zich bevinden", weet Willaerts. "Het internet is voor hen alledaagse kost. Ze zijn born on the web. Ik merk dat voor jongeren vandaag connectiviteit belangrijk is, terwijl vroeger mobiliteit de eerste prioriteit was. Hij spaart niet meer voor een brommertje, maar voor een mobiele telefoon of PDA."
Een vaak aangehaald voorbeeld tijdens de discussie was Twitter, een recente online dienst. Bij Twitter geven gebruikers via sms, instant messaging of het web mee wat ze op dit ogenblik van de dag doen. Vrienden, kennissen of zelfs wildvreemden krijgen zo een inkijk in het leven van de Twitter-gebruiker. Buitenstaanders staan misschien argwanend tegenover deze evolutie, maar volgens de webloggers op de Blogger's Breakfast gaat het internetgebruik steeds meer die kant op.
"Een mooi voorbeeld zijn de aanslagen van elf maart 2004 in Madrid", geeft Willaerts mee. "Betogingen werden toen georganiseerd door de verspreiding van sms'jes. Op het internet verschenen foto's gemaakt met mobiele telefoons. Die beelden stonden, dankzij de gsm-technologie en moblogging (mobiel webloggen), op websites terwijl de betogingen nog aan de gang waren." Niels Hendriks herinnert zich ook de foto's die tijdens de aanslagen in Londen werden genomen. Toen doken foto's en video's op van passagiers die op de aangevallen treinen zaten. Maar tegelijkertijd werd ook opgemerkt dat een always on-leven niet zo vanzelfsprekend is.

i-City
Aan de ontbijttafel discussieerden enkele Vlaamse webloggers en Bruno Segers, ex-baas van Microsoft België, ook over het project i-City. De Blogger's Breakfast vond plaats net voor het tweedaags congres Mapping The Fundamentals. Verschillende sprekers geven er vandaag en morgen hun visie op een toekomst waarin mobiele technologie een hoofdrol zal spelen.
i-City moet van Hasselt een mobiele stad maken. Het project is een platform waar gebruikers met een PDA overal en altijd online zijn en interessante informatie en diensten kunnen raadplegen of ontvangen. Maar het project kreeg van de aanwezige webloggers de wind van voren. "i-City is geen speeltuin, maar een geleide wandeling door een proeftuin", merkt Hendriks op. "Er kwamen teveel beloften en het haperde aan de uitvoering, waardoor de community rond i-City doodbloedde".
Volgens Jesse Wynants van i-Merge wordt de infrastructuur - draadloze internettoegang - gebruikt, maar niet het platform. "i-City is té gesloten en dat stokt de ontwikkeling van nieuwe programma's. Maar het heeft in Hasselt en Limburg wel een mindset gezet waarbij mobiele toegang tot het internet geen vies woord is", vult hij aan.

"Je mag het project i-City niet onderschatten", reageert Willaerts. "Het vergt moed om aan een dergelijk iets te beginnen." "De Provinciale Hogeschool Limburg legde het fundament voor i-City door de campussen uit te rusten met draadloze netwerktechnologie", legt Robert Lavigne, de vroegere directeur van de hogeschool en oud-bestuurslid van i-City uit. PHL was één van de eerste scholen in België die de laptop in het onderwijsgebeuren integreerde en promoot zichzelf nog steeds als 'De hogeschool met de laptop'. Volgens Lavigne heeft i-City toch gezorgd voor een paar vernieuwende ideeën, zoals informatie die afhankelijk is van de locatie van de gebruiker.
Foto's: Tony Van Galen

Reacties